Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

Bouwfysica - vocht in een constructie.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

algemeen;
nadelige gevolgen van te vochtige muren;
schimmelvorming;


 

Algemeen:


In de praktijk dient vocht zich, naast de externe oorzaken als lekkage en regendoorslag, aan in de vorm van bouwvocht, optrekkend vocht en woonvocht.
vochtroblemen

Bouwvocht komt tijdens het bouwproces in het gebouw door neerslag zoals regen en sneeuw. Tevens onstaat er veel bouwvocht door het gebruik van in het werk gestort beton. Verder is bouwvocht afkomstig van het water dat nodig is om mortels aan te maken voor de metselaar en stucadoor en vloerenlegger.
Bouwvocht moet door drogen en ventileren verdwijnen uit het gebouw. Dit is een langdurig proces en kan wel, afhankelijk van het stookseizoen, een jaar duren.

Optrekkend vocht ontstaat in muren als gevolg van de capillaire werking van de stenen.

Woonvocht ontstaat daar, waar mensen wonen. Bij menselijke activiteiten zoals koken, wassen, baden wordt veel vocht geproduceerd dat, door middel van ventilatie, moet worden afgevoerd.
Condensatie kan zich voordoen als warme lucht met een hoge relatieve vochtigheid in een kouder constructiedeel doordringt en/of op een kouder oppervlak neerslaat.
  hiervoor bij bouwfysica warmte het onderdeel koudebruggen en de daarbij behorende verwijzingen.

Kent men enerzijds de dampspanningen, die dit vochttransport veroorzaken, en anderzijds de weerstand, die de constructie biedt tegen dit damptransport, dan is dit transport kwantitatief aan te geven.

bouwfysica vocht
 

 

 

 

De dampconcentratie buiten:


In Nederland met zijn zeeklimaat, is de relatieve vochtigheid gemiddeld genomen hoog. Het verschil tussen de vochtigste streek, het noorden van Noord-Holland en het droogste gebied (Zuid-Limburg) is slechts gering. In de zomer is de relatieve vochtigheid iets lager dan in de winter.
In naaststaand afbeelding is het gemiddeld verloop van de relatieve vochtigheid te De Bilt getekend.

Daar de temperatuur in de zomer veel hoger is dan in de winter en de lucht bij hoge temperatuur veel meer waterdamp kan bevatten dan bij lage temperatuur is de dampconcentratie buiten in de zomer veel hoger dan in de winter.
Het hier naaststaand figuur laat dit duidelijk zien.
 

 

Luchtvochtigheid en condensatie:

Wordt lucht met een bepaalde temperatuur en relatieve vochtigheid afgekoeld, dan zal op een zeker moment de maximale waterdampspanning bereikt worden. De temperatuur waarbij dit gebeurt wordt de dauwpuntstemperatuur van die lucht genoemd. Zou de lucht in aanraking gekomen zijn met een oppervlak, waarbij de temperatuur beneden de dauwpuntstemperatuur ligt, dan was tegen dat oppervlak condensatie opgetreden.

Dergelijke omstandigheden zullen zich het eerst voordoen op buitenbeglazing (zowel enkel- al dubbel) en bij eventuele koudebruggen
klik hier om naar boven te gaan



 

Nadelige gevolgen van te vochtige muren:

Te vochtige muren kunnen de volgende nadelige gevolgen veroorzaken:
  • Muuruitslag van zouten afkomstig uit de toegepaste stenen en mortels;
  • Algengroei e.d. zoals de begroeÔng van muuroppervlakken met schimmels, algen en mos;
  • Houtrot van aangrenzend houtwerk door een te hoog vochtgehalte van minder duurzame houtsoorten door o.a. de plaatjeshoutzwam, de huiszwam, de kelderzwam en de poriŽnzwam;
Daarnaast zullen natte muren de kosten van verwarming verhogen omdat de poriŽn in de muren geen lucht maar water bevatten hetgeen te koste gaat van het warmte-isolerend vermogen.

  verder bij "Aantastingsbronnen voor verval" bij het onderdeel gevels.
klik hier om naar boven te gaan



 

Schimmelvorming:

bron: I² - Bouwkunde en Civiele techniek 1986

Vocht- en schimmelproblemen worden als niet aanvaardbaar beschouwd, o.a. vanwege het weinig esthetische uiterlijk en het idee als een "vieze"bewoner te worden beschouwd, maar ook vanwege de mogelijke aantasting van bouw- en stofferingsmaterialen en de gevaren voor de gezondheid.

Gezondheidsaspecten
Gebleken is dat organismen als de huisstofmijt en enkele schimmelsoorten, zogenaamde allergenen produceren, welke bij daarvoor gevoelige personen tot astmatische reacties kunnen leiden.

Voor veel schimmels zijn de "gunstige" omstandigheden:
-  aanwezigheid van voedingsstoffen aan het oppervlak van de ondergrond (bouwconstructie of meubilair)
-  voldoende vocht in de ondergrond

Het regelmatig optreden van oppervlaktecondensatie kan bouwmaterialen (oals stuclagen, etc.) een vochtgehalte geven dat hoog genoeg is voor het groeien van bepaalde schimmels.

Overigens is oppervlaktecondensatie niet eens altijd noodzakelijk om dergelijke omstandigheden te creŽren. Wanneer over relatief lange perioden of met regelmaat de relatieve vochtigheid van het oppervlak 90 à 95% bedraagt kunnen veel (bouw)materialen al voldoende vocht uit de lucht opnemen om schimmels te laten ontstaan. Bij sommige materialen (bijv. hout en leer) ligt deze relatieve vochtigheid zelfs nog beduidend lager, namelijk in de buurt van 70 à 75%.

De kans op het ontstaan van schimmelkolonies is het grootst aan het einde van de zomer en wel in de maanden augustus en september.

Om te voorkomen dat ter plaatse van onvermijdelijke koudebruggen in combinatie met hoge luchtvochtigheid schimmelvorming ontstaat geeft de NEN 2778 aan dat de binnenoppervlakte-temperatuurfactor voor een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, toilet of badruimten in woningen 0,65 moet zijn. (situatie 1999)
De meest kritische plaatsen zijn:    aansluitingen aan steenachtige begane grond vloeren, hoekaansluitingen tussen langs- en kopgevels en kozijnaansluitingen.

Ventilatie:
fragment uit 'Schimmels in huis' (Eigen huis magazine maart 2015)

schimmels
 


Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 15-05-2015

 

 
klik hier om naar boven te gaan