Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

Romaanse bouwkunst (algemeen).

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

algemeen;

in Nederland gebruikte materialen;
beeldende kunst;

 

bron leidraad tekst en afbeeldingen:    De ontwikkeling der bouwkunst - deel 2 (door prof. K.O. Hartman) 1924
  Geschiedenis der bouwkunst (Sutterland-Pontier 1975)
  Romaans Nederland (Architectura & Natura Pers 1994)


 

Algemeen:

In de vijfde eeuw eindigde het Romeinse gezag in West-Europa. De Germanen , die met de grote volksverhuizingen naar het westen waren gekomen en eerst nog waren tegengehouden aan de Romeinse grenzen, verspreidden zich nu door geheel West-Europa en vermengde zich met de oorspronkelijke Keltische bevolking.

De Franken, een verzameling van Germaanse stammen ten noorden en oosten van de Nederrijn, die vanaf 257 Romeins grondgebied binnenvielen waren lang niet de enige stam die het Romeinse gezag ondermijnden;    maar de Franken waren ook een voordeel voor Rome want ze waren bruikbaar als huursoldaten tegen andere stammen.
In 358 kregen de Franken dan ook toestemming van keizer Julianus om zich als bondgenoten op Romeins gebied in de Scheldevallei en tussen de grote rivieren te vestigen.

De Franken namen vervolgens de vrijheid om de gegeven toestemming iets ruimer te interpreteren en bezetten al snel de hele provincie Germania Inferior (het hele huidige Nederland beneden de rivieren, BelgiŽ en het huidige Rijnland), waarbij de Romeinse en geromaniseerde bewoners op de vlucht gingen of werden onderworpen aan de nieuwe Frankische elite.
Hun expansie richtte zich vervolgens verder op het nog steeds welvarende gebied in het zuiden, en zo veroverden ze geleidelijk aan GalliŽ tot aan de Seine.

Met het bestijgen van de Frankische troon door Merovech in 447 begon de Merovingische dynastie die het Frankische Rijk tot 751 zou regeren.
Het vorstenhuis der Merovingers werd vervolgens opgevolgd door de Karolingers. De bekendste vorst hiervan was Karel de Grote.

Er is in Nederland weinig van deze bouwkunst bewaard gebleven. Dat is niet zo verwonderlijk, aangezien veel gebouwen (waaronder ook de gewone woonhuizen) tot ver in de middeleeuwen hoofzakelijk in hout opgetrokken werden. Toen de baksteen als goedkopere vervanging van de natuursteen beschikbaar kwam, werden ook de huizen steeds meer in baksteen gebouwd, te beginnen met de zijmuren als brandwering. De overheid bevorderde dat, omdat de kans op de gevreesde stadsbranden daardoor sterk verminderde.
zie   indien gewenst het subonderwerp "De ontwikkeling van de middeleeuwse stadswoning"
van het onderwerp "Heden en verleden" behorende bij het onderdeel "constructietechniek - algemeen".

Hoewel er per regio verschillen zijn valt in het grootste deel van het land de opkomst van de baksteen in grote lijnen samen met de overgang van romaans naar gotiek.
Voor die tijd moest het bouwmateriaal, de natuursteen, dus van ver aangevoerd worden. In eerste instantie werd het dan ook gebruikt voor gebouwen die sterk dan wel indrukwekkend moesten zijn, dat waren vooral de verdedigingswerken en de representatieve gebouwen.
De huizen van de adel vertegenwoordigden beide elementen in de vorm van kastelen op het platteland en van sterke huizen in de stad. Voor de middeleeuwse stadsgemeenschap als geheel was de sterkte van de stadsmuur, torens en poorten van levensbelang.
zie   indien gewenst de hierovergaande subonderwerpen van het onderwerp "Torens"
behorende bij het onderdeel "functionele vormgeving - typologiŽn".

Het was echter de kèrk waarin de gemeenschap haar ziel kon leggen. Niet alleen als uiting van zelfbewustzijn, nee, veel meer dan dat was het kerkgebouw de uitdrukking van de rol die de religie speelde in het leven van alledag. De godsvrucht leidde in de loop van de middeleeuwen tot een woud van kerktorens en torentjes in menig stadspanorama.

Qua kerken (grootte en rijkdom) onderscheidt men:

  1. Kloosterkerken.
    (Bij zoín kloosterkerk zat vaak een school waar geestelijken werden opgeleid.)
  2. Kapittelkerken.
    Kapittelkerken waren kerken voor seculiere geestelijken ook wel kanunniken genoemd.
    Dit waren vaak de zonen van de adel. Zij legden wel de gelofte van trouw en kuisheid af, maar niet die van armoede.
  3. Parochiekerken.
    Deze kerken waren bedoeld voor de gewone burgers. Ze gingen hier naar de mis, ze kwamen er voor de gezelligheid en ze handelden er.
    Daarnaast was dit ook de plaats om kinderen te dopen, huwelijken te voltrekken en mensen te begraven.

Ten aanzien van de ontwikkelingsfase van de Romaanse stijl zelf (welke zich dus vooral kenmerkte in de bouw van parochie-, kapittel- en kloosterkerken) zijn, vanaf het jaar 1000 als eerste begin, drie tijdperken te onderscheiden:

  1. Het vroege tijdperk, van 1000 tot 1100;
    (Baselieken met vlakke zoldering, begin van de gewelfbouw.)
  2. Het bloeitijdperk, van 1100 tot 1180;
    (Verdringing van de vlakke zoldering door gewelfbouw.)
  3. Het late tijdperk (overgangsstijl naar de Gotiek), van 1180 tot 1250;
    (De gewelven veranderen. Despitsboog en het schoorsysteem doen hun intrede.)

zie   verder de onderwerpen "Romaanse bouwkunst (kerkgebouwen interieur)"
  en de "Romaanse bouwkunst (kerkgebouwen exterieur)" behorende bij dit onderdeel.
klik hier om naar boven te gaan


 

In Nederland gebruikte materialen:


Bij veel Romaanse kerken is, evenals in de hiervoor liggende Romeinse periode, als bouwmateriaal tufsteen gebruikt.
Dit gesteente was echter van nature hier ter lande niet aanwezig en moest daarom over water, via de Rijn, worden aangevoerd.
zie   het subonderwerp "Tufsteen" van het onderwerp "Natuursteen" behorende bij het onderdeel "materialen (-)steen/beton, stuc".

Omdat tufsteen daarom duur was spreekt het voor zich dat daar waar ander natuursteen voorradig was, men het dus ook niet naliet die te gebruiken.
Veld- en rivierkeien vormden een goedkoper materiaal, vooral als ze werden gevonden in, of nabij de eigen omgeving.

Een andere manier om op tufsteen te sparen was het toepassen van kistwerk volgens de door de Romeinen ontwikkelde bouwtechniek, waarbij elke kant van een muur werd gebouwd met afgewerkte stenen blokken en de leegte daar tussen werd gevuld met een mengsel van gebroken stenen gemengd met mortel.
zie   het subonderwerp "Het constructiesysteem" van het onderwerp "Romeinse bouwkunst" behorende bij dit onderdeel.
Veld- en rivierkeien waren een uitstekende vulling voor dit kistwerk. Daarnaast werden ze ook vaak gebruikt voor funderingen.

De rivier de Maas was via de rivierbedding leverancier van keien, rolstenen en grind, die dan ook volop werden gebruikt.
In het zuidelijk deel van de provincie Limburg waren daarnaast ook grote hoeveelheden mergel en kolenzandsteen voorradig, zodat veel kerken daar dan ook uit zijn opgetrokken
In het stroomgebied van de Oude IJssel werd ijzeroer gewonnen, hetgeen gebruikt is bij verschillende Twentse kerken.

-  Mergel is een sedimentair gesteente die in de laatste periode van het Krijt in een ondiepe zee werd afgezet als een laag kalksteen.
   Afhankelijk van de locatie bevat de mergel een andere verhouding van kalk met klei, leem of zand.
-  Kolenzandsteen is een sterk verharde, soms compacte kwartsitische zandsteen, donkerbruin van kleur.
-  IJzeroer (een zacht gesteente met een roestige kleur) komt voor in vele vormen, maar is in essentie een ijzerhoudend sedimentair gesteente
   dat is ontstaan door het neerslaan van ijzerverbindingen uit water. Het bevat 20-75% ijzer en is vermengd met zand, silt en klei.
Voor de details in de kerkbouw, zoals zuiltjes, beeldhouwwerk, lateien, timpanen, e.d. leende de zachtere zandsteen, met name de rode zandsteen afkomstig uit het gebied langs de rivier de Weser en uit de omgeving van de Main, zich uitstekend.
Daarnaast kwam in het oosten van het land de geel-witte Bentheimer zandsteen voor welke vlak over de grens bij Oldenzaal gewonnen werd. -  Zandsteen is een sedimentair gesteente dat naast silt, kalk, grind, glimmers, veldspaat en andere gesteentefragmenten voornamelijk
   bestaat uit zandkorrels. Door verwering wordt een van oorsprong geelbruine zandsteen grijs, maar door aanwezigheid van bepaalde
   oxiden en andere mineralen kleuren varianten bruinrood.
Naast het gebruik van natuursteen voor de bouw van kerken, kwam sinds het midden van de twaalfde eeuw vanuit het noorden geleidelijk aan de baksteen in zwang. Vanaf dat moment neemt het bouwen in baksteen flink toe, daar de klei ruimschoots voorhanden was.
zie   voor de fabricage van bakstenen het onderwerp "Baksteen" behorende bij het onderdeel "materialen (-)steen/beton, stuc".
Met de uitbreiding van deze baksteenbouw treedt de betekenis van het hout als dragend bouwmateriaal (voor kerken, etc.) op de achtergrond.
klik hier om naar boven te gaan


 

Beeldende kunst:


Schilderkunst:

De grote muurvlakken en de ongebroken gewelfvlakken in de romaanse kerken werden meestal voorzien van fresco schilderingen.
zie   het subonderwerp "Schilderkunst" van het onderwerp "Romaanse bouwkunst (kerkgebouwen interieur)" behorende bij dit onderdeel.

Beeldhouwkunst:

In vergelijking met de romaanse kerken van de ons omringende landen, waren de Nederlandse kerken niet bepaald rijk met beeldhouwwerk gedecoreerd. Dit is gezien de plaatselijk aanwezige materialen niet zo verwonderlijk.
Daarnaast waren er ook bouwlieden nodig, die met dergelijke materialen deze werken konden uitvoeren, en deze waren in de gebieden waar dit soort werken nooit of bijna nooit waren gebouwd moeilijk te vinden.
zie   het onderwerp "De structuur van het bouwbedrijf in het verleden" van het onderdeel "bouwkosten, etc. - organisatiestructuur".

Een uitzondering vormt de provincie Limburg:   daar komt in de abdijkerk van Rolduc en in de twee grote kerken van Maastricht beeldhouwwerk van opmerkelijk hoog niveau voor. Kennelijk was hier een atelier gevestigd die dergelijke werken kon uitvoeren.
zie   het subonderwerp "Zuilen" van het onderwerp "Romaanse bouwkunst (kerkgebouwen interieur)" behorende bij dit onderdeel.

Steenbakkerskunst:


Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 19-05-2020

 

 
klik hier om naar boven te gaan