Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

De technische cultuur.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

algemeen;
de introductie van geprefabriceerd constructieijzer;
de stelselmatigheid van de wetenschap;
het bijbehorend tekenwerk;


 

Algemeen:

Aan het einde van de 18e eeuw kolkte het in West-Europa. De soevereiniteit van het volk werd bevochten in de Franse Revolutie en in Engeland begon, door de uitvinding van de stoommachine en de verbeteringen daaraan door James Watt, rond 1750 de IndustriŽle Revolutie.

Het is ook de tijd waarin een aantal genootschappen werd opgericht waarvan sommige nu nog bestaan (en waar ook ik 180 jaar later op heb gezeten), zoals het Genootschap der Beschouwende en Werkdaadige Wiskunde welke kort na de oprichting in 1785 in Leiden een school begon die gaandeweg de naam Mathesis Scientiarum Genitrix kreeg.
(bron: Wikipedia)   Mathesis heeft met de eigen "rekenboeken" aan het begin van de negentiende eeuw bijgedragen aan het wiskundeonderwijs in den lande.
Het ging daarbij voornamelijk over de presentatie van het vak op dat niveau. Wiskunde was n.l vooral een vak waarin de handigheidjes geleerd werden waarvan de timmerman en de koopman gebruik konden maken, in de rekenboeken van MSG kreeg de abstractie en de logische opbouw voor het eerst meer aandacht.

De periode van halverwege de 19e en begin 20ste eeuw was een tijd van grote veranderingen en grote uitvindingen. Zo rond 1850 ontstond er een nieuwe westerse wereld. Technische vooruitgang en de industriŽle revolutie begonnen elkaar steeds meer te beÔnvloeden en natuurwetenschappen werden steeds belangrijker. Samen brachten ze ontwikkelingen op gang die zín weerga niet kent en die de wereld binnen enkele generaties volledig veranderde.

Bovenstaande beschrijving omtrent de burgerlijke Bouwkunde veranderde hierdoor niet, maar de manier van bouwen - door nieuwe bouwmaterialen en bouwmaterieel - wel. Hoewel minder snel dan je in eerste instantie zou denken.

De technische cultuur in Nederland, waaronder de strijd tegen het water, was dus van ouds een ambachtelijke burgerlijke cultuur.
zie   indien gewenst het onderwerp "De structuur van het bouwbedrijf in het verleden"
behorende bij het onderdeel "bouwkosten, etc. - organisatiestructuur".

Pas in en net na de Franse tijd, ten tijde van Willem I, kwamen de 'koninklijke instituten' zoals:
-   het Bureau voor den Waterstaat (1798);
-   de Koninklijke Militaire Academie in Breda (1828);
-   de Koninklijke Akademie te Delft (1843);
-   en het KIVI (Koninklijk Instituut van Ingenieurs) (1847),
die zich met de technische cultuur gingen bezighouden, zoals vergelijkbare instellingen in Frankrijk en Duitsland.

De Nederlandse techniek had echter geen aristocratische culturele context, zoals de instituten in Frankrijk en Duitsland, die er voor zorgde dat de openbare werken met een gecultiveerde smaak werden ontworpen, maar had daarentegen meer verwantschap met de Amerikaanse productiewijze om zo goedkoop mogelijk te bouwen. Hetgeen inhield:   dat 'de graad van veiligheid' lager was dan elders (toen) in Europa gebruikelijk.
klik hier om naar boven te gaan



 

De introductie van geprefabriceerd constructieijzer:


Bouwen was eeuwenlang een combinatie van traditioneel vakmanschap, het toepasen van vuistregels en nu en dan experimenteren.


De vraag naar geschikt constructie ijzer kwam door de uitvinding van de stoommachine en de daarna volgende aanleg van spoorwegen snel toe.
zie   voor de aanpassingen in het productieproces het onderwerp "Ijzer en staal" behorende bij het onderdeel "materialen - metalen".
klik hier om naar boven te gaan



 

De stelselmatigheid van de wetenschap:

Voor de dagelijkse werkpraktijk kwamen later handige boekjes in zakformaat, vol met tabellen, formules, cijfermatige informatie over materialen, constructies, etc..
Deze boekjes waarvan de oplagen per jaar steeds groter werden worden nog steeds uitgegeven.

Alhoewel de Nederlandse architecten (via het tijdschrift van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst) op de hoogte waren van wat elders gebeurde op het vlak van nieuwe bouwmaterialen en constructies werd ijzer als constructiemateriaal in de jaren veertig hier slechts bij uitzondering gebruikt. Dit was vooral het gevolg van de hoge prijs.
Als het om conventionele gebouwen ging, waar geen uitzonderlijke functie-eisen aan werden gesteld, was hout nog altijd onovertroffen in zijn verhouding tussen prijs en sterkte.
Het loonde dan ook om gepland ijzerwerk zo nauwkeurig mogelijk te berekenen.

De rekenmethode die hier precies bij paste was de differentiaal- en integraalrekening. De differentiaalrekening rekent met oneindig kleine veranderingen en de integraalrekening beschouwt die veranderingen binnen aangenomen limieten.

zie   indien gewenst eventueel ook het onderwerp "Sterkteleer (toegepaste mechanica)" behorende bij het onderdeel "constructietechniek - algemeen".

Ondanks de bezwaren die her en der tegen ijzer werden geuit, konden smeedijzeren constructie-elementen, vooral gewalste balken, sinds ongeveer 1850 op een groeiende belangstelling rekenen. De reden hiervoor was dat ze in steeds toenemende doorsneden en lengten beschikbaar kwamen en dat opende de mogelijkheid om bijv. op eenvoudige wijze flinke overspanningen in zwaar belaste vloerconstructies te maken.

Bij de schepping van deze nieuwe wereld had de hierboven genoemde wiskunde een centrale functie. Wiskunde was de basis van de exacte wetenschappen en de techniek.
Hetgeen niet wil zeggen dat alles nieuw was. In de Burgerlijke Bouwkunde van 1833 was wiskunde, met uitzondering van de hierboven genoemde differentiaal- en integraalrekening, al heel gewoon.
zie   het onderwerp "Inleiding (Burgerlijke bouwkunde - 1833)" behorende bij het onderdeel "tekenen algemeen - wiskundig".

Van enige terughoudendheid aangaande het gebruik van ijzer was geen sprake meer toen de vooruitstrevende burgerij van Amsterdam besloot om een Paleis voor Volksvlijt te laten bouwen.

 
Het door architect Cornelis Outshoorn ontworpen gebouw welke was geÔnspireerd op het Crystal Palace, dat gebouwd was voor de Great Exhibition van 1851 in Londen.

Dit Crystal Palace was een wereldprimeur op het gebied van de utiliteitsbouw, want behalve de absoluut grootste constructie van ijzer en glas, was het ook nog ontworpen als een tijdelijk gebouw, dat na gebruik kon worden gedemonteerd en elders weer opgebouwd.

Het Paleis voor Volksvlijt welke tussen 1859 en 1864 werd gerealiseerd was gemaakt volgens dezelfde bouwprincipes van glas en gietijzer, had een koepel van 64 meter hoogte en werd verlicht door zesduizend gaslampen.
Helaas werd het in de nacht van 17 op 18 april 1929 door brand verwoest.

klik hier om naar boven te gaan


 

Het bijbehorend tekenwerk:

De rekenkracht nam niet alleen toe door de toepassingen van de complexere 'hogere wiskunde' maar ook door de gestandaardiseerde manier van tekenen.

zie   voor de handmatige bouwkundige tekenmethoden uit de jaren 80 van de vorige eeuw
het onderwerp "Bouwkundig tekenen (algemeen)" behorende bij het onderdeel "tekenen bouwkundig algemeen".

en
voor een voorbeeld van betontekening uit dezelfde tijd het subonderwerp "Het aanbrengen van de wapening"
van het onderwerp"Betonstaal" behorende bij het onderdeel "materialen - (-)steen/beton + stuc".

De systematiek van de technische tekening bleek eenvoudig te integreren met de systematiek van de constructieberekening.


 


Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 02-06-2021

 

 
klik hier om naar boven te gaan