Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

Parkeren algemeen.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

maatvoering parkeerplaatsen algemeen;
breedtemaat parkeerplaats;
lengtemaat parkeerplaats;
de breedte van de parkeerweg;

de gehandicaptenparkeerplaats;

voetpaden;

het ontwerpen van parkeerterreinen;

cad blocks divers parkeren  CAD details



 

Maatvoering parkeerplaatsen algemeen:

Parkeervoorzieningen zijn in beginsel opgebouwd uit twee elementen, namelijk:
-   de parkeerplaats(en)
-   en de parkeerweg(en).
De dimensionering van de parkeervoorzieningen wordt bepaald door de eisen waar deze elementen afzonderlijk aan moeten voldoen, door de onderlinge samenhang tussen beide en door de beschikbare ruimte.

bron leidraad tekst:   ASVV 1996 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom)

parkeren
afbeelding:  fragment ontwerp parkeervoorzieningen Smedinghuis Lelystad (2006)
(Let op !)   De opstelplaats van brandweerauto's in geval van brand bevindt zich niet op dit parkeerterrein.

sociale veiligheidseisen:
Aanleidingen die het oneigenlijk gebruik en/of niet doelmatig gebruik van een parkeerterrein in de hand werken, moeten worden vermeden opdat de veiligheid en het gevoel van veilig zijn bij het beoogd gebruik van het terrein optimaal zijn gewaarborgd.
  voor de eventuele aandachtspunten de controlelijst bij stalling- en parkeergages algemeen. klik hier om naar boven te gaan


 

parkeren

Breedtemaat parkeerplaats:

Een parkeerplaats kan in de breedte (denkbeeldig) worden opgedeeld in de ruimte die voor het voertuig zelf nodig is, en een ruimte voor het in-en uitstappen.

parkeren
 

 

 
De breedte van personenauto's varieert relatief sterk.
Omdat normaliter de grotere en kleinere auto's zich gelijkmatig over een parkeerterrein zullen verdelen, kan voor de breedte van de voertuigruimte de gemiddelde voertuigbreedte van 1,60 m worden aangehouden.
Bij langsparkeren gaat dit niet op en daarom moet men hier van de breedte van de grotere auto’s uitgegaan.

De breedte van de in-en uitstapruimte wordt bepaald door het ruimtebeslag van geopende portieren, voor het lopen rondom de auto, het in-en uitladen van goederen, enzovoort. Deze breedte bedraagt ca. 0,65 à 0,90 m.

De keuze van de hierboven genoemde breedtemaat wordt tevens bepaald door de benodigde manoeuvreerruimte en het aantal parkeerwisselingen (kort- en langparkeerders). (bijvoorbeeld bezoekers van winkelcentra of openbare gebouwen) dient meer comfort te worden geboden dan aan langparkeerders (bijvoorbeeld bewoners of personeel van bedrijven).

parkeren Bij langsparkeren behoeft met de in-en uitstapruimte geen rekening te worden gehouden, doch wel met obstakelvrees ten opzichte van de kant (bijvoorbeeld trottoirband).

Of obstakelvrees t.o.v. tuinafscheidingen zoals op de foto te zien is.
Afhankelijk van de breedte van de auto, het soort afscheiding en de stuurkunst van de parkeerder komt hier een variatie van ca 90 cm voor.

Voor het parkeren van motoren, vrachtauto's en bussen gelden vanzelfsprekend andere maten.

parkeren   tabel standaard parkeerplaats.

Let op!
Een belangrijke wijziging in de herziene NEN 2443 die in 2013 is verschenen is de verbreding van de parkeervakken.
In openbare parkeergarages is de minimum vakbreedte gegroeid naar 2,50 meter.

klik hier om naar boven te gaan


 

Lengtemaat parkeerplaats:

De benodigde lengte van een parkeerplaats bedraagt bij haaks parkeren   parkeren

parkeren Voor personenauto's geldt deze lengtemaat voor parkeerplaatsen alleen bij een enkele parkeerstrook.
Als twee auto's achter elkaar gestoken worden geparkeerd, is de, kans gering dat beide auto's de volledige lengte nodig hebben. Hierdoor kan met een kleinere lengtemaat worden volstaan dan het dubbele van die voor een enkele parkeerstrook.

(Zie op foto de mogelijke speling die beschikbaar is. De tweede auto recht is achteruit geparkeerd en staat met zijn neus aan voorzijde precies in het vak.)

let op!
Reken je echter niet rijk. Op een parkeerterrein moeten ook nog lantaarnpalen, verwijs- en verkeersborden, etc. worden geplaatst. en die passen zonder bescherming niet tussen de twee kortere parkeerstroken.

parkeren parkeren Bij parkeerplaatsen voor personenauto's kan rekening worden gehouden met overstek aan voor- of achterzijde.
De begrenzing (bijvoorbeeld trottoirband) mag daarvoor geen groter hoogteverschil hebben-dan 0,10 (0,12) m. De lengte van de parkeerplaats kan dan met circa 0,50 m worden verminderd.

let op!
De overstek mag niet ten koste gaan van de looppaden.
Overstek wordt veelal toegepast ter bescherming van achterliggende gevels, hekken, begroeiïng, etc.

parkeren
 
Van een langsparkeerplaats wordt de lengte mede bepaald door de noodzakelijke manoeuvreer ruimte.

De benodigde lengte is bij een achterwaartse parkeren kleiner.
Hoewel het achterwaarts parkeren moeilijker is en bij voorkeur wordt vermeden, worden parkeerplaatsen uit capaciteitsoverwegingen toch veelal daarop gedimensioneerd.
Afhankelijk van deze keuze en van het aantal parkeerwisselingen is een lengte benodigd van 5,00 à 7,00 m nodig.
klik hier om naar boven te gaan



 

De breedte van de parkeerweg:

Er bestaat een verband tussen de afmetingen van de parkeerplaats en de benodigde breedte van de parkeerweg. Dit spreekt voor zich. Als de weg breed genoeg is dan is haaks parkeren mogelijk, daarna komt schuin parkeren. Als de weg echter te smal is, dan blijft alleen langsparkeren over. Wordt de weg nog smaller dan zelfs dit niet meer mogelijk.

De breedte van de parkeerweg moet bij voorkeur zodanig zijn dat de parkeer manoeuvre in één keer (zonder te steken) kan worden uitgevoerd.
Naarmate de parkeerhoek kleiner is, is minder manoeuvreer ruimte nodig. Doch de parkeervakken zelf worden langer en er blijven resthoeken over.

parkeren    parkeren

Door de stuureigenschappen van de voertuigen vereist achteruit gestoken parkeren een minder brede parkeerweg dan voorwaarts bij dezelfde parkeerhoek.
parkeren
 

 

 

Omdat achterwaarts gestoken parkeren echter hogere eisen stelt aan de rijvaardigheid van de bestuurder dienen parkeervoorzieningen bij voorkeur op voorwaarts parkeren te worden gedimensioneerd.
Waarbij echter niet moet worden vergeten dat dezelfde rijvaardigheid geldt voor het weer achteruit uitparkeren.
 

 

Voor bussen en vrachtauto's is achteruit rijden om veiligheidsredenen bezwaarlijk (geen zicht achter het voertuig). Het achteruit rijden met gelede voertuigen vergt ook nog veel stuurkunst. Daarom wordt aanbevolen parkeervoorzieningen voor deze voertuigtypen zodanig vorm te geven dat de parkeerplaatsen in voorwaartse richting kunnen worden opgereden en ook worden verlaten.
klik hier om naar boven te gaan



 

De gehandicaptenparkeerplaats:

Een gehandicaptenparkeerplaats dient bij langsparkeren minimaal 6 meter lang te zijn.
Bij langsparkeren moet er tevens voldoende ruimte op de rijbaan zijn.
De meeste rolstoelgebruikers verlaten hun auto aan de rechterkant. Dit is op drukke wegen een probleem.

Indien de auto waarin een rolstoeler door derden wordt vervoerd een rijplaat heeft die aan de achterzijde wordt uitgeklapt, dan is de ruimte van 6 meter niet voldoende.
De extra benodigde vrije ruimte achter de auto is plusminus 4 meter. De rolstoeler zal derhalve eerst moeten uitstappen waarna de auto zal moeten worden geparkeerd op een daarvoor geschikte plaats.

Let op!
De meeste van deze busjes passen niet op een standaard parkeerplaats.

parkeren
bron:  integrale toegankelijkheid (RGD 1996)

Een gehandicaptenparkeerplaats dient bij haaks parkeren minimaal 3,5 meter breed te zijn.
Omdat een rolstoeler zowel de passagier als de bestuurder van de auto kan zijn, dient er zowel aan de achterzijde als aan de zijkant van de auto een vrije manoeuvreerruimte te zijn van 1,50m x 1,50m.

Let op bij het ontwerpen!
Dit is vooral van belang in parkeergarages, waar kolommen een sta in de weg kunnen zijn voor de draaicirkel van de rolstoel.

De invalidenparkeerplaats moet zijn uitgevoerd in materiaal dat een vlakliggend, stroef aaneengesloten, horizontaal oppervlak vormt met een dwarshelling niet groter dan 1:50.
Om van de auto het trottoir op te kunnen rijden is er dicht bij de gehandicaptenparkeerplaats een trottoiroprit nodig voor de rolstoeler.
Tot 10 cm hoogteverschil kan volstaan worden met een trottoirverlaging met een helling van 1:10. Bij grotere niveauverschillen is een helling van 1:20 aangewezen. De trottoiropritten moeten minstens 90 cm breed zijn.

De parkeerplaats dient te worden aangegeven met verkeersbord E6.

Indien er betaald dient te worden voor het parkeren dan is het van belang dat de parkeerautomaat ook bereikbaar is voor de rolstoeler.
Dit betekent dus dat de bediening van de parkeerautomaat op maximaal 1.20m hoogte plaats dient plaats te vinden,
dat het trottoir een oprit heeft
en er rondom de parkeerautomaat vrije manoeuvreerruimte van 2,10m x 2,10m is voor de rolstoeler.

Als de gehandicaptenparkeerplaatsen gesitueerd zijn in een parkeergarage dan zijn er de volgende aandachtspunten eveneens van belang:

  • De hoogte van een parkeergarage dient geschikt te zijn voor auto's die aangepast zijn voor gehandicaptenvervoer. Dergelijke auto's zijn over het algemeen 1,95 meter tot 2,50 meter hoog.
  • De gehandicaptenparkeerplaatsen dienen dichtbij de uitgang en/of de lift die naar het straatniveau voert gesitueerd te zijn.
  • De toegang tot de lift is meestal afgesloten met een toegangsdeur. Deze moet automatisch te openen zijn of geopend kunnen worden na melding via een, op juiste hoogte, geplaatste, intercom.
  • De hal voor de lift en de lift zelf dienen vanzelfsprekend te voldoen aan de voorwaarden zoals genoemd in het onderdeel toegankelijkheid.

  •   toegankelijkheid (overbrugging niveauverschil).
klik hier om naar boven te gaan


 

Voetpaden:

Inzittenden worden na het parkeren voetgangers.
Op terreinen met veel parkeerwisselingen (bijvoorbeeldbij winkelcentra) verdient de afwikkeling van het voetgangersverkeer bijzondere aandacht. Mogelijkheden zijn:
-   het aanbrengen van een voetpad tussen twee aan elkaar grenzende parkeerstroken;
-   het regelmatig onderbreken van de parkeerstroken.

Het is van belang de looproutes zo weinig mogelijk te laten kruisen met parkeerwegen en alleen te laten samenvallen met de in-en uitgangen voor het autoverkeer als aparte voetpaden kunnen worden gerealiseerd. Dit kan van invloed zijn op de indeling van het terrein.
klik hier om naar boven te gaan



 

Het ontwerpen van parkeerterreinen:

Bij het ontwerpen van parkeerterreinen zijn drie zaken van belang:
-   de ontsluiting van het terrein;
-   de indeling in parkeerstroken en parkeerwegen en de daarmee samenhangende interne circulatie van het verkeer;
-   de voorzieningen voor voetgangers.

Voor de ontsluiting van een terrein zijn een of meer in_ en uitgangen nodig.
Het aantal in-en uitgangen is afhankelijk van:
-   de intensiteit van het in-en uitgaande verkeer in de maatgevende periode;
-   de intensiteit op de weg waarnaar wordt ontsloten;
-   de aanwezigheid van parkeercontrole-apparatuur en het toegepaste betalingssysteem.

In-en uitgangen dienen in beginsel niet uit te monden op wegen met een belangrijke verkeersfunctie.

De aansluiting op de weg van kleine, dicht langs de weg gelegen parkeerterreinen dient bij voorkeur door een uitrit constructie te worden vormgegeven.
Ook bij grote terreinen waarop geen hoge spits intensiteiten zijn te verwachten, verdient een uitrit constructie de voórkeur. In geval van hoge spitsintensiteiten op de uitgang kan een gewone aansluiting worden ontworpen. Wel moet dan voor de duidelijkheid met borden worden aangegeven dat het verkeer van het parkeerterrein voorrang moet verlenen.

Als het verkeersaanbod de capaciteit van een in-of uitgang overtreft, dient er opstelruimte te worden gemaakt. Daarbij is het van belang dat het overige verkeer zo weinig mogelijk hinder van de opgestelde voertuigen ondervindt.

Alvorens met het eigenlijke ontwerp voor de indeling van het terrein wordt begonnen, moeten keuzen worden gemaakt ten aanzien van:
-   de situering van de in-en uitgang{en):
-   de looplijnen van de voetgangers;
-   een-of tweerichtingsverkeer op de parkeerwegen;
-   de parkeerhoek;
-   de breedte van de parkeerplaatsen.

parkeren

parkeren

Parkeereenheid:
Voor nieuwe situaties kan hiermee, afhankelijk van het aantal benodigde parkeerplaatsen en de eventueel benodigde ruimte voor voetpaden, de noodzakelijke omvang van het terrein worden bepaald. Bij gegeven terreinafmetingen moet eerst worden nagegaan of de breedte van het terrein een veelvoud is van de lengte van de gekozen parkeereenheid. Als dit niet zo is, zijn er de volgende mogelijkheden:

-   de restruimte verdelen over de parkeereenheden;
-   een andere parkeerhoek kiezen, die mogelijk gunstiger uitvalt;
-   twee verschillende parkeerhoeken toepassen.

-   of gewoonweg op bepaalde plaatsen de ontwerp parkeereenheid negeren.
       

Symbolen op bouwtekeningen:
parkeren
 

Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 25-01-2016

 

 
klik hier om naar boven te gaan