Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

pleisterwerk.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

algemeen;
traditionele mortelsamenstelingen;

pleisterwerk op binnenwanden;
pleisterwerk op gevels;
pleisterwerk plafonds;

pleisterwerk op isolatie;



 

Algemeen:

Stucadoorswerk bestaat uit dunne lagen mortel die als bepleistering op of over op daarvoor bestemde onderliggende bouwconstructies worden aangebracht. Dit zijn o.a.:
  1. constructies die een gesloten oppervlak hebben waarbij de verbinding van bepleistering en draagconstructie hoofdzakelijk op 'aanhechting' berusten zoals:
    wanden en plafonds van metselwerk, beton (prefab en in 't werk gestort) en vezelplaten zoals heraklith e.d.
  2. wanden en plafonds van riet-, gaas- en mattenbekleding, waarvan het oppervlak gaten, spleten, holten e.d. vertonen, waardoor de verbinding van de bepleistering met de draagconstructie niet allen op aanhechting maar ook op 'omhulling' berust.

klik hier om naar boven te gaan


 

Traditionele mortelsamenstelingen:

bron tekstfragment:   bouwkundige encyclopedie 1955

Pleistermortels worden ingedeeld in twee groepen, te weten die voor buiten- en die voor binnenwerk.
De pleisterlagen zijn over het algemeen slechts 1 à 1,5 cm dik en worden voor buitenwerk in één keer opgebracht.
Pleisterlagen zullen nooit volkomen waterdicht zijn. Door de grote oppervlakte, de dunheid van de laag en de samenstelling van de specie zal krimp haast altijd optreden indien men met waterdichte mortel gaat werken. Beter is het, een vochtdichte mortel te verwerken. Deze pleisterlaag zal dan minder kans hebben op stukkrimpen omdat ze minder sterk is. De waterdichtheid kan men bevorderen door toevoeging van dichtingsmiddelen, zoals Pudlo e.d.
Verwerking van gips moet in pleistermortels voor buitenwerk sterk ontraden worden, daar gips in water oplost en bovendien te snel afbindt en daardoor krimpscheuren zal veroorzaken.
Men dient te zorgen dat het muurwerk eventueel gereinigd wordt van vuil e.d., dat baarden en losse mortel worden weggehakt en verwijderd, en dat de muur wordt bevochtigd op zodanige wijze, dat het metselwerk geen water onttrekt aan de pleistermortel en anderzijds ook weer niet zo vochtig is dat de pleisterspecie water toegevoerd krijgt uit de muur. In het laatste geval zal de specie niet goed hechten en gaan uitzakken met alle gevolgen van dien.
Uit de aard der zaak zal men ook op bevroren muren niet goed kunnen pleisteren.

pleistermortels

pleistermortels
klik hier om naar boven te gaan



 

Pleisterwerk op binnenwanden:

Traditioneel:
Zie bovenstaande tabel uit de algemene besteksbepalingen van 1945 (bron: polytechnisch zakboekje 1965).

De kleur is niet altijd gelijkmatig, en afhankelijk van de cementkeuze.

voor de afwerklaag op de raaplaag kunnen verschillende technieken worden toegepast, zoals:

  • schuurwerk;
  • wit pleisterwerk bestaande uit een mortel van steenkalk en gips;
  • blauw pleisterwerk voor te behangen wanden (de kleur van het pleisterwerk is hier van ondergeschikt belang, alleen de vlakheid telt);
  • sierpleisterwerk, bestaande uit verschillende afwerktechnieken, zoals bruut pleisterwerk, schabloneer pleisterwerk, etc.
Wil men de kleur van de pleisterlagen verbeteren dan kan men in de afwerklaaag eventueel ook met zilverzand werken.

Op hoeken en andere kwetsbare plekken worden aluminium of kunststof hoekbeschermers in het stucwerk aangebracht, hierdoor wordt tevens een strakkere afwerking verkregen.

 

Pleistersystemen voor vochtbelaste monumentale gebouwen:
bron tekstfragment:    polytechnisch tijdschrift 36 (1981) nr. 12

In de praktijk van pleisterproblemen in monumenten blijkt men er nog vaak te veel op uit te zijn, gebreken te verbergen. Door geen oorzaken op te sporen, worden de problemen ook niet opgelost.
Vochtoverlast, de aanwezigheid van schadelijke zouten èn wisselingen in vochtgehalten van materiaal en lucht alsmede wisselingen in temperatuur vormen oorzaken voor de bedoelde problemen. Als we dus het vocht, de schadelijke zouten en het klimaat kunnen beheersen, is het probleem op te lossen. Hiermee wordt al meteen duidelijk, dat de oplossing uit een aantal maatregelen zal bestaan, die samen het beoogde resultaat moeten bereiken. Maatregelen tegen optrekkend vocht, het hydrofoberen van de gevels tegen intrekkend regenwater, drainering, ventilatievoorieningen, werkende goten en dergelijke zijn daar voorbeelden van.
Overigens is het vaststellen van de oorzaak niet eenvoudig, omdat visuele registratie tot onjuiste conclusies kan leiden. Het doen uitvoeren van vochtmetingen en het bepalen van de soort en de de concentraties van schadelijke zouten, is in vrijwel elk probleemgeval een vereiste.

Pleistersystemen:
Met het vaststellen van de oorzaak zijn we er nog niet. Vaak is de reactie:    'Het is een mooi verhaal, maar wat moet ik er nu opsmeren?'
Wanneer we ervan uitgaan dat alle mogelijke maatregelen zijn getroffen om de vastgestelde oorzaken te elimineren dan kunnen we overgaan tot de keuze van het pleistersysteem. Hierbij dienen we ons ervan bewust te zijn, dat er aan buitenpleisters andere eisen worden gesteld dan aan binnenpleisters, dat kelders omgeven door grondwater en vuurtorenwachterkamertjes moeilijker opgaven zijn dan alkoofjes of andere inpandige ruimten. Bovendien is het van belang te beseffen, dat er geen universeel systeem bestaat, dat overal toepasbaar is;   elk systeem heeft zijn eigenaardigheden.
Bij het keuzeproces worden telkens weer de specifieke voor- en nadelen van de verschillende systemen aan de omstandigheden van het desbetreffende object getoetst. Zo is het mogelijk dat ogenschijnlijk gelijke objecten met een ander pleistersysteem afgewerkt worden.

De bij restauraties het meest toegepaste pleistersystemen kan men indelen in:

  • waterafstotende pleistersystemen;
  • dampdichte pleistersystemen;
  • open pleistersystemen;
  • dampremmende pleistersystemen.
pdf verwijzing stuc artikel
Het is wit en het valt van de muur. (2002)
zie extra   pdf artikel Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (2010 - 2)
klik hier om naar boven te gaan


 

Pleisterwerk op gevels:

Gevelmetselwerk komt voor als zichtwerk in een gekozen metselverband en als niet zichtwerk voor gevels welke worden bepleisterd.

Voor de bepleistering met de traditionele mortels zie bovenstaande tabel uit de algemene besteksbepalingen van 1945
(bron: polytechnisch zakboekje 1965).

Voor pleisterwerk op gevels welke aan de buitenzijde zijn geïsoleerd zie hieronder bij het subonderwerp "Pleisterwerk op isolatie".

Voor de huidige moderne mortels, incl. vochtwerende saneerpleisters en de diverse publicatie van het Bedrijfschap Afbouw wordt verwezen naar de betreffende leveranciers en uitvoerende stucadoorbedrijven bij de verwijzing naar de externe sites van derden.
klik hier om naar boven te gaan



 

Pleisterwerk plafonds:

Gestukadoorde plafonds werden vroeger altijd tegen een rietmat aangebracht. Bij deze werkwijze werd het riet als een dunne spreilaag of als mattenweefsel bevestigd tegen houten schroten (ook wel tengels of rachels genoemd).
De schroten mochten niet te dicht op elkaar liggen daar de stukadoorspecie om het riet krulde en dus aan die versteende krullen bleef hangen.

Steengaas, stucanet, etc. zijn de vervangers van het riet. De principes van het aanbrengen ('aanhechting' en 'omhulling') zijn echter hetzelfde gebleven.

zie   het onderwerp "traditionele stucplafonds" van het onderdeel "Vloeren - plafonds".

Het bepleisteren van vezelplaten (heraklith, etc.) berust enkel op het, bij algemeen genoemde, principe van 'aanhechting'.

Lijsten:

Hoewel ze in de nieuwbouw in onderstaande vormen niet meer voorkomen, is het wel interessant om te weten, hoe een en ander werd gemaakt.

Lijsten aan gestukadoorde plafonds zijn onder te verdelen in kooflijsten, die de overgang vormen van wand tot plafond, en perklijsten (smalle lijsten op 40 á 80 cm van de wanden af rondom het plafond aangebracht).

Draagconstructies voor kooflijsten. Deze krijgen bij benadering de vorm van het profiel en worden/werden van de volgende materialen gemaakt.

Metselwerk,    zie figuur 1.
Metaalgaas of lattenweefsel,    zie figuur 2.
Tengels en riet,    zie figuur 3 en 3a.
Vezelplaten,    zie figuur 5.
Wapening in perklijsten,    zie figuur 4.

Daar de specie door zijn gewicht zal kunnen uitzakken en het getrokken profiel zijn vorm niet mag verliezen, moet men een snelhardende specie gebruiken. De lijsten worden getrokken met metalen mallen, die de contravorm hebben van het te trekken profiel. Voor het trekken van deze mallen zijn hulpgeleiders nodig.    Zie figuur 5 t/m 8.

pleistermortels
klik hier om naar boven te gaan



 

Pleisterwerk op isolatie:

voor documentatie zie verwijzingen naar externe sites van derden:

Binnen:

na-isolatie

Buiten:

www.lsgi.nl
de moderne variant. (2002)

I.p.v. pleisterwerk kunnen de gevels ook worden afgewerkt met tegelwerk.
De opbouw van de moderne variant blijft gelijk alleen wordt de eindlaag vervangen door gelijmd tegelwerk.

 

Bij de traditionele afwerkmethoden worden de tegels gezet in een specielaag en vervallen de stuc-mortellagen. Ook verlijmen hoort bij de mogelijkheden.


 

Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 20-02-2017

 

 
klik hier om naar boven te gaan