Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

Electra installaties algemeen.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

elektriciteitsvoorziening algemeen;
elektriciteit algemeen;

bouwbesluit en meterkast;
kabel- en wandgoten;
electra installatietekening symbolen en kleurcodering bedrading;

Om iets te kunnen zien moeten we zorgen voor licht in de duisternis.    zie  verlichtingstechniek algemeen."



 

Elektriciteitsvoorziening algemeen:


Geschiedenis:
Tot 1885 was de productie en het gebruik van elektriciteit voorbehouden aan fabrieken, etc. die hun eigen stroom opwekten.
De eerste elektriciteitscentrale van Nederland, de N.V. Electrische Verlichting Kinderdijk van Benjamin Smit, ging van start in 1886. De centrale leverde stroom voor 350 particuliere gloeilamp aansluitingen en 21 straatlantaarns.

Tot in het begin van de 20e eeuw was stroomopwekking een lokale aangelegenheid van gemeentes, particulieren en vooral (zuivel)fabrieken.
Er was geen standaard voltage.
Rotterdam was in 1895 de eerste gemeente die de elektriciteitsvoorziening op zich nam. Andere gemeenten volgden snel.
In 1902 hebben de gezamelijke openbare centrales 1,9 MW vermogen in de aanbieding.

Vanaf 1910 zijn de meeste huizen, vooral wie het wilde en kon betalen, (met uitzondering in het buitengebied op het platteland) op een elektriciteitscentrale aangesloten.

De stedelijke energiebedrijven fuseerden in de loop van de tijd tot regionale of provinciale energiebedrijven, die zich in 1949 verenigden in de Samenwerkende Elektriciteitsproductiebedrijven (SEP), de voorloper van de huidige TenneT.
klik hier om naar boven te gaan



 

Elektriciteit algemeen:

Elektriciteit moet men opwekken, hetgeen op twee manieren mogelijk is, nl. in de vorm van een galvanische stroom en in de vorm van een inductiestroom. Galvanische elektriciteit ontstaat door een scheikundige reactie, b.v. door de inwerking van een zuur op een metaal. In de praktijk geschiedt dit in accu's en batterijen.

De inductiestroom, die we bijna overal gebruiken, verkrijgen we via de elektriciteitscentrale.
De huidige standaardmanier van energie opwekken, gebeurt met behulp van een stoomturbine. Brandstoffen verhitten water en de vrijgekomen stoom wordt met grote druk door een turbine geperst. De turbine wordt hiermee in beweging gezet waardoor een generator elektriciteit kan opwekken.

De omzetting in de generator berust op het natuurkundige verschijnsel dat over een geleider die zich in een veranderend magnetisch veld bevindt (of die beweegt in een magnetisch veld), een elektrische spanning wordt opgewekt. De opgewekte elektriciteit wordt vervolgens onder hoge spanning via hoogspanningskabels verplaatst naar de overal staande transformatorhuisjes.
In een transformatorhuisje wordt hoogspanning ( omgezet naar laagspanning. Dat kan zijn: industriespanning (700 V), krachtstroom (400 V) of lichtnetspanning (230 V). Deze laagspanning wordt vervolgens gedistribueerd naar de afnemers.

Bij gebouwen waar veel stroomverbruik is te verwachten, zoals in woning-en kantoorflats, zal vaak een extra inkoopstation voor stroomlevering moeten worden geplaatst in combinatie met traforuimten en laagspanningsruimten. Overleg met het desbetreffende nutsbedrijf is dan onontbeerlijk.

gelijkstroom en wisselstroom:
Een elektrische stroom is een stroom van z.g. elektronen die van negatief naar positief gaat. Om deze te kunnen gebruiken (b.v. voor het aanzetten van een lamp) moet men zorgen voor een spanningsverschil tussen de uiteinden van twee geleiders. Een geleider is een stof die de elektronenstroom "geleidt", d.w.z. dat deze stof de elektronen in de gelegenheid stelt te stromen. De generator die de elektricjteit opwekt, "pompt" nu positieve elektronen in de ene en tegelijkertijd negatieve elektronen in de andere geleider, waardoor tussen de uiteinden van beide geleiders het spanningsverschil ontstaat. Die uiteinden vindt je bijvoorbeeld in je wandcontactdoos. Stop je de stekker van een stroomgeleidend voorwerp hierin, dan zullen de negatieve elektronen door de positieve worden aangetrokken en krijgen we een elektronenstroom door dat voorwerp:    de lamp gaat branden;    de motor gaat draaien, etc. Verbinden we deze twee uiteinden echter rechtstreeks met elkaar dan krijgen we "kortsluiting". Is de uiteinde van de ene geleider altijd positief en dat van de ander altijd negatief, dan gaat de elektronenstroom altijd in dezelfde richting. Men spreekt dan van "gelijkstroom". Wanneer de positieve en de negatieve kant echter regelmatig van plaats verwisselen, waardoor ook de stroom regelmatig van richting verandert, dan spreekt men van "wisselstroom".

elektrische eenheden:

De eenheid van stroomsterkte is de ampère.
De eenheid van spanning is de volt.
De eenheid van weerstand is de ohm.
De eenheid van vermogen is de watt.

extra    zie voor uitleg LOI fragment uit verlichtingstechniek (1977).
klik hier om naar boven te gaan



 

Bouwbesluit:

Volgens het bouwbesluit moeten we voldoen aan de Model-aansluitvoorwaarden voor elektrische energie.
Hierin wordt onder meer bepaald dat de uitvoering van elektrische installaties voor lage spanning moet voldoen aan NEN 1010 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties.

In de NEN 1010 wordt o.a. het aantal lichtpunten, schakelaars, wandcontactdozen en groepen geregeld waaraan een elektrische installatie (van b.v. een woning) minimaal aan moet voldoen.

Let op!    Het plaatsen van wandcontactdozen zonder randaarde, zoals hieronder nog beschreven, is niet meer toegestaan.

Noot !    (bron: http://nen1010.cobouw.nl/installatie-woningen)
De momenteel (2015) geldige editie van NEN 1010 heeft geen tabellen meer voor het vereiste minimum aantal aansluitpunten.
Uiteraard geldt dat bij een goed ontwerp van een elektrische installatie rekening wordt gehouden met het goed functioneren van de elektrische installatie tijdens het gebruik waarvoor de installatie is bedoeld. Om een installatie doelmatig te kunnen gebruiken moeten er daarom voldoende aansluitpunten worden aangebracht.
Om te komen tot een goed advies en ontwerp van een woonhuisinstallatie kan gebruik worden gemaakt van de adviezen opgenomen in de Nederlandse Praktijkrichtlijn NPR 5310.

zie  voor elektra zonering in badkamers, het onderdeel divers in "Badkamer algemeen."

Meterkast:
zie  het onderdeel de meterkast

Vroeger werd voor het aarden van de elektrische huisinstallatie gewoonlijk gebruik gemaakt van de waterleiding. Dat mag tegenwoordig niet meer, onder meer omdat allerlei kunststof onderdelen isolerend werken en de verplichte aarding dan niet plaatsvindt.
klik hier om naar boven te gaan



 

Kabel- en wandgoten:

Gaat het om de veiligheid, draagkracht of de esthetiek van kabel- of wandgoot? Of moet het systeem vooral snel te monteren zijn? Voor elk van hier genoemde criteria is op internet wel een goot te vinden.

De goten zijn derhalve niet het probleem. Het probleem wordt gevormd door de kabels in de goot. en wel door:

  • waar lopen deze kabels;
  • hoe komen deze kabels in de goot;
  • hoe gaan we met de goten en kabels door de wanden;
  • hoe gaan we om met brandwerendheid;
  • en hoe met geluid.

 

Kabelgoten:   


Kabelgoten zitten over het algemeen boven het plafond. Als daar genoeg ruimte is, dan is geen probleem. Tenzij:
kabelgoot  men, om esthetische (?) redenen, een plafond eiland wil hebben.
 

Wandgoten:    wandgoot
Wandgoten aangebracht op deze manier zijn een crime.

wandgoot NA

De stucadoor heeft problemen met de kabels. Idem de vloerenlegger met zijn tapijt.
De schilder stopt ergens met schilderen. Gelukkig bedekt de nog aan te brengen radiator een groot deel van deze problemen.

  een betere, doch ook duurdere oplossing.
artikel Smedinghuis   fragment van tekening uit artikel over betonplafonds

Brandwerendheid:
In het algemeen worden kabelmantels gebruikt van PVC. Deze PVC-mantels bevatten een hoog percentage weekmaker, dat er voor zorgt dat de mantels makkelijk branden.
brandwerendheid afdichtingssystemen   zie brandwerendheid afdichtingssystemen
klik hier om naar boven te gaan


 

Divers:


electra installatietekening symbolen en kleurcodering bedrading:
symbolen t.b.v. installatietekeningen

Installatiebuizen:
In oudere huizen zitten vaak nog (vooral op moeilijk bereikbare plaatsen) nog metalen installatiebuizen. Als er ook nog oud installatiedraad inzit, dan moet je oppassen. Het oude installatiedraad kan verdroogd zijn en bij aanraking uit elkaar vallen, met kortsluiting als gevolg.

Installatiedraad:
installatiedraad
 

Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 13-02-2017

 

 
klik hier om naar boven te gaan


 

 

 extra informatie behorende bij:
Algemeen:
klik hier om naar boven te gaan

fragment uit verlichtingstechniek:

bron:    LOI 1977


klik hier om naar boven te gaan