Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

Interieur woonkamer.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

algemeen;
daglicht, zonwering en lichtwering;

afmetingen;
zitmeubelen;
opbergmeubelen;
werkhoek;



 
De woningbouw van 1903.
De behuizing van de arbeider in een veenkolonie en de behuizing van een arts nabij een ziekenhuis.
  

In de betere behuizing (voor als je het nog niet wist, de rechterfoto) waren vroeger voor elk doel aparte kamers (eetkamers, rooksalons, bibliotheken, etc.) aanwezig. Voor al die kamers waren er vaste meubelgroepen die één eenheid vormden. Tafels, stoelen, kasten etc., waren van één en dezelfde stijl, dezelfde houtsoort, hadden dezelfde versiering en dezelfde bekleding.
Ook de plaats van al deze meubelen was vast en bepaald.

De huidige moderne meubels zijn zo niet gevormd en zijn dus makkelijker verwisselbaar.

Deze moderne meubels kunnen vaak zeer compact worden geplaatst en dikwijls zonder enig bezwaar tegen elkaar worden gezet. Klassieke en antieke meubelen lenen zich door hun karakter niet zo goed voor een dergelijke opstelling.
(een strakke aanbouwcombinatie kan in de hoek worden geschoven, een ranken- of kussenkast niet)


 

 

 

 

 
   Maar ook hier geldt:

  En dit alles is "tijdgebonden" zoals zo veel.

klik hier om naar boven te gaan


 

Daglicht, zonwering en lichtwering:

Bij de dagverlichting is de oriëntatie van belang en daarnaat de vorm van de ramen en de grootte van het raamoppervlak.
Onmiddellijk samenhangend met de dagverlichting is het weren van licht en zon.

Voor de filtering van zon en licht kunnen we vitrages toepassen en/of jaloezieconstructies in geopende neergelaten stand.
Voor afsluiting van zon en licht kunnen de jaloezieconstructie in dichte stand en overgordijnen dienst doen.
Voor zonwering alleen kunnen we ook gebruik maken van buiten zonweringssystemen.

zie  het onderwerp 'Zonweringssystemen' bij het onderdeel 'Buitenschil'. ;
zie  het onderwerp 'Luiken en blinden (stores)' bij het onderdeel 'Buitenkozijnen'. ;
klik hier om naar boven te gaan



 

Afmetingen:

(aantekeningen interieurcursus 1977)

In het woonvertrek moeten, voor het goed functioneren daarvan, die meubelen en andere artikelen zijn ondergebracht die in de eerste plaats noodzakelijk zijn. De keuze van deze noodzakelijke meubelen en artikelen, de vorm ervan, de materialen en de kleuren moeten indicaties geven van de instelling van de bewoners. Deze indicaties kunnen dan worden versterkt door toevoegingen van niet zuiver utilitaire aard, waarmee het persoonlijke karakter van het vertrek zal worden verhoogd.

 afmetingen in cm
eettafels120x80, 140x90, 165x90
ronde eettafelsmiddellijn 110 tot 120
hoge stoelen45x45
armstoelen55x55
lage fauteuils (clubs)van 75x75 tot 100x100
 (meest gebruikte maat 80x80)
banken80 diep
banken (twee zits)130 tot 140 lang
banken (drie zits)180 tot 220 lang
banken (vier zits)240 tot 260 lang
lage tafel (hoek)70x70, 80x80, 120x60, 130x60, 140x65
lage ronde tafelmiddellijn 80, 90, 100
vierkante tafel90x90
wandmeubelendieptematen opklimmend met 5 cm
 van 30 tot 60
 hoogtematen 80, 90, 140, 190, 210
 breedtematen van 90 tot 350
aanbouwsystemenveelvouden van 45, 90, 100 en 120
klik hier om naar boven te gaan


 

Zitmeubelen:

In de late Middeleeuwen waren banken en "sittens" de belangrijkste zitmeubelen. Er waren lange banken met en zonder leuning, maar ook éénpersoons bankjes (scabel, schemel of benckesken genaamd).

De eenvoudige burger had een simpele bank gemaakt van een plank met vier poten.

Ook in de huidige tijd is dit zo, doch voor de eenvoudige burger moet je nu lezen de "doe het zelfer".

Voor de doe-het-zelfer:


klik hier om naar boven te gaan



 

Opbergmeubelen:

Tot in de 16e eeuw was de kist het belangrijkste meubelstuk in huis. Deze kist speelde een voorname en veelzijdige rol, allereerst als bergmeubel, maar ook als zitmogelijkheid. De opbergruimte zat onder de opklapbare zitting. Van alles werd in kisten bewaard, niet alleen kleding, linnengoed en boeken, maar ook geld (het gezegde "Op zijn geld zitten" komt hier vandaan), kostbaarheden en voedsel.

Men had weinig losse kasten, maar bijna iedereen had een "tresoor" welke in het midden van het vertrek stond. (zie ook bovenstaande afbeelding bij de zitmeubelen)

In het begin van de 18e eeuw komen de latafel, de in- en uitschuifbare tafels, het buffet en thee- en schenktafels alsook glazenkasten, tinnenkasten en porseleinkasten (met porcelein voor de rijken en Delfts Blauw voor de middenklasse en de boeren) in de mode.

De 20e en 21e eeuw
buffetkast in 1904 (Berlage) en de buffetkast nu.
  
klik hier om naar boven te gaan


 

Werkhoek:

Het ‘’kantoer’’ was oorspronkelijk een soort schrijfbureau / lessenaar welke je niet zag bij de gewone burger die de kunst van lezen en schrijven amper machtig waren, maar wel bij kooplieden, juristen, notarissen, ambtenaren en geestelijken.

Een dergelijke werkhoek werd na de jaren 70 bijna standaard, doch is met de "laptop op schoot" thans weer op zijn retour.

Alles kun je gewoon laten liggen als je je werk onderbreekt. Klep dicht en niemand heeft er last van.
 


Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 04-03-2013

 

 

klik hier om naar boven te gaan