Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

(Binnen)wandbekledingen algemeen.


Een interieur wordt bepaald door de elementen, vloer, plafond en wanden. De vraag welke van deze elementen het belangrijkst is, kan buiten beschouwing blijven, omdat elke ontwerper naar eigen inzicht één van die elementen kan laten prevaleren.
De indeling van het vertrek kan het noodzakelijk maken, aan één van de drie meer aandacht te besteden, qua kleur, vlakverdeling e.d., dan aan de andere twee.
Zeker is evenwel, dat ze voor de binnenhuisarchitect alle drie belangrijk zijn.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

wandtapijten;
fresco's;

zie   voor bepleistering met traditionele mortels de tabellen bij het onderdwerp "Pleisterwerk" van het onderdeel "metelwerk gevels".
zie   voor behangwerken het onderwerp "Behangwerken" behorende bij dit onderdeel.

zie   voor wandtegelwerk het onderwerp "wandtegels en dergelijke" behorende bij dit onderdeel.
baksteen;
natuursteen;

houten wandbekledingen;



bron leidraad tekst:   Binnenhuismaterialen (interieurcursus LOI (1977))

 

Wandtapijten:

Een van de oudste middelen om een wand te bedekken en tegelijkertijd te versieren, is het tapijt.
Het woord tapijt is afgeleid van het Latijnse "tapetum", dat dekkleed betekent.

De oorsprong van het tapijt moet men zoeken bij de oude oosterse volken die hun tenten door middel van tapijten in verschillende afdelingen verdeelden, de vloeren met tapijten bedekten en het tapijt ook als bed gebruikten.

De tapijtweefkunst werd door de Arabieren naar Europa gebracht en kwam in onze streken in de l4de, l5de en l6de eeuw tot grote bloei.
In de Zuidelijke Nederlanden waren steden als Brussel, Antwerpen, Brugge en andere, om hun voortbrengselen op dat gebied zeer bekend.

Tijdens Lodewijk XIV waren het in Frankrijk vooral de gobelins en de tapijten "à la Savonnière", die als wand-en vloerbekleding zeer in trek waren.

Functie:
bron:   Wikipedia

Het succes van het wandtapijt als decoratie is deels te verklaren door het mobiele karakter ervan.
Vorsten en edellieden konden op vrij eenvoudige wijze een serie wandtapijten van hun ene residentie naar de andere meenemen.
Aan het Bourgondische, Spaanse en Habsburgse hof stonden wandtapijten synoniem voor rijkdom, luxe, prestige en macht.
Wandtapijten vormden meestal reeksen of caemers.
Ze dienden om kastelen op te fleuren en tocht te weren.
Wandtapijten die tuinen afbeelden, gaven op winterse dagen een aangename indruk. binnenhuismaterialen
Daarnaast hebben wandtapijten ook een akoestisch effect.
Etc.
 

Niet elk tapijt was mobiel.

Het tapijt van Bayeux is een borduurwerk van 70 meter lang en 50 cm hoog, dat de geschiedenis uitbeeldt van de slag bij Hastings in 1066. Hierbij viel Willem de Veroveraar vanuit Normandië Engeland binnen en versloeg hij de Angelsaksische koning Harold. Het tapijt is vernoemd naar de stad Bayeux in Frankrijk en werd vermoedelijk vervaardigd in 1068.

Niet iedereen kon zich de luxe van tapijten of gobelins veroorloven en dus zocht men naar andere materialen die men vooral vond, toen de weefkunst zich verder had ontwikkeld.
"Goedkopere" stoffen, als velours, zijde, satijn, jute, etc. en vanaf het midden van de 18e eeuw het behang deden hun intrede als vervangingsmiddelen.
klik hier om naar boven te gaan


 

Fresco's:

Voor men tot betegeling van de wanden overging heeft men nog wel getracht om de witte gestucte muren van schilderwerk te voorzien, maar zo gemakkelijk was dat niet, nog afgezien van het feit dat lang niet iedereen een schilderstuk kan maken. Bovendien was het in die tijd niet gemakkelijk om aan houdbare kleurstoffen te komen. Desondanks waren er toch kunstenaars die dit wel aandurfden.
De prijzen van hun werk waren echter van dien aard dat hun kunstprodukten in de gewone huizen praktisch niet voorkwamen, wel in die van de patriciërs en in kerken en paleizen.

zie   het onderwerp "(Binnen)wandschilderingen (fresco's)" behorende bij dit onderdeel.
klik hier om naar boven te gaan



 

Baksteen:

Onder baksteen als bekledingsmateriaal verstaan we in negen van de tien gevallen de baksteen, waarmee de buitengevels zijn opgetrokken, uitgevoerd als z.g. schoon metselwerk, waarbij de baksteenmuur keurig gevoegd en afgewerkt in het zicht blijft.
De baksteen maakt dus, tenzij hij wordt uitgevoerd als klamplaag, een integrerend deel uit van de wandconstructie.

zie   het onderdeel "Metselwerk verbanden incl. voegen en specie".

Het zijn vooral de architecten Berlage en Cuypers geweest, die de toepassing van baksteen als schoon metselwerk in het interieur een nieuw leven hebben ingeblazen.
Voor een prachtig voorbeeld van het het, hierboven, bedoelde tiende geval zie video van de restauratie (2012 t/m 2014) van het Jachthuis Sint Hubertus, gelegen in het Nationale Park De Hoge Veluwe.    (zie verwijzingen naar externe sites van derden)
 

 

bron naaststaande afbeelding:   voorblad tijdschrift Rijksdienst Cultureel Erfgoed 2014-2
 

    binnenhuismaterialen

Steenstrips:

Een steenstrip is eigenlijk een variant van de tegel met de uittraling van schoon metselwerk.
Deze steenstrips, in de jaren 80 van de vorige eeuw veelvuldig toegepast, kom je nog in veel woningen tegen. Hoewel uit de tijd, is het voor de meeste huidige bewoners te veel werk om ze er weer af te halen en te kostbaar om ze weg te laten stuccen.
steenstrips

klik hier om naar boven te gaan


 

Natuursteen:


 

 

 

zie
indien gewenst het onderdwerp "Natuursteen toepassingen"
van het onderdeel "materialen - (-)steen/beton".

 

 

 

 

natuursteen

klik hier om naar boven te gaan


 

Houten wandbekledingen:

Zoals hierboven reeds gezegd was het gebruik van gobelins niet voor elke beurs mogelijk, maar als we toch graag "duur" wilden doen, een neiging die we in meer of mindere mate allemaal hebben, dan kon men, zonder het "goedkope" te laten opvallen, twee dingen doen, nl.: imiteren, maar dan moest men wel over een goede imitatie beschikken;

niet imiteren, maar het te bespannen oppervlak verkleinen, waardoor de beschikbare financiele middelen toch toereikend werden.

Dit laatste was alleen mogelijk indien men een goede vervanging kon vinden voor het wandgedeelte dat men niet met gobelin kon bekleden. Men besloot daarvoor hout te benutten en men overwoog zelfs, dat hoe meer hout men zou gebruiken, des te minder gobelins men nodig had.
Zo kwam men tot de z.g. lambrizering.

De hoogte van zo'n lambrizering varieerde van een hoogte van omstreeks 1.50 m boven de vloer tot soms deurhoogte.

zie extra   Betimmering van een studeerkamer (bron:  Ramen, deuren en betimmeringen door J.G.Wattjes (1925)

zie   voor de modernere versies het onderwep "Houten wandbetimmeringen (schrootjes)" behorende bij dit onderdeel.
 


Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 01-01-2018

 

 
klik hier om naar boven te gaan


 

 

 extra informatie behorende bij:
Houten wandbekledingen:
klik hier om naar boven te gaan

Betimmering van een studeerkamer:

(bron:  Ramen, deuren en betimmeringen door J.G.Wattjes (1925))

Dikwijls wordt het benedengedeelte der wandvlakken met houten lambriseeringen bekleed, hetzij om het wandgedeelte, dat het meest aan verontreiniging en beschadiging blootstaat, daartegen beter bestand te maken, hetzij om architectonische redenen. De hoogte der lambriseeringen kan zeer verschillend genomen worden, doch bedraagt bij voorkeur niet minder dan ongeveer 1.60 M., zoowel om practische als om architectonische redenen.

Houten lambriseeringen kunnen worden uitgevoerd als beschietingen van geprofileerde schroten of als paneelen lambriseeringen.
Door een doelmatig gekozen profileering kunnen met beschietingen buitengewoon fraaie en rustige lambriseeringen verkregen worden.

Ter bescherming van de lambriseeringen tegen het vocht uit de gemetselde muren is het volstrekt noodzakelijk tusschen muur en lambriseering een luchtruimte te laten van minstens l,5 bij voorkeur 2 c.M. en deze luchtruimte te ventileeren, terwijl het voorts noodzakelijk is, de achterkanten der lambriseeringen minstens tweemaal met menie te verven.
Voor ventilatie moeten in het plint of beneden aan in de lambriseering en in de deklijst of hoog in de lambriseering gaten gemaakt worden.

Door het ontbreken van een dergelijke ventilatie enook reeds door onvoldoende ventilatie wordt het hout niet alleen door vocht aangetast, doch ontwikkelen zich ook zwammen in de ruimte tusschen lambriseering en muur.

Fig. 787 en 788 toonen een studeerkamerbetimmering met lambriseering, schoorsteenbetimmering en vast kastje.
De schoorsteenmantel bestaat uit een tegelbekleeding; de lambriseering bestaat uit een eenvoudige beplanking, die met deklijsten betimmerd is, boven boekenkastje en lambriseering is een behangselbekleeding aangebracht, die door een zichtbaar houten raamwerk wordt ingesloten. Ook hierbij is de betimmering met halfronde deklatten herhaald.
Voor het overige moge naar de figuren verwezen worden.

wandbekledingen

wandbekledingen
klik hier om naar boven te gaan