Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

(Binnen)wandbekledingen algemeen.


Een interieur wordt bepaald door de elementen, vloer, plafond en wanden. De vraag welke van deze elementen het belangrijkst is, kan buiten beschouwing blijven, omdat elke ontwerper naar eigen inzicht één van die elementen kan laten prevaleren.
De indeling van het vertrek kan het noodzakelijk maken, aan één van de drie meer aandacht te besteden, qua kleur, vlakverdeling e.d., dan aan de andere twee.
Zeker is evenwel, dat ze voor de binnenhuisarchitect alle drie belangrijk zijn.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

stucwerk  zie   voor de bepleistering met de traditionele mortels de tabellen bij het onderdeel "Pleisterwerk op gevels".

baksteen;
wandtapijten;
behangwerken  zie   het onderdeel "Behangwerken".
houten wandbekledingen;
tegels en dergelijke;
natuursteen;
wandschilderingen;



bron leidraad tekst:   Binnenhuismaterialen (interieurcursus LOI (1977))

 

Baksteen:

Onder baksteen als bekledingsmateriaal verstaan we in negen van de tien gevallen de baksteen, waarmee de buitengevels zijn opgetrokken, uitgevoerd als z.g. schoon metselwerk, waarbij de baksteenmuur keurig gevoegd en afgewerkt in het zicht blijft.
De baksteen maakt dus, tenzij hij wordt uitgevoerd als klamplaag, een integrerend deel uit van de wandconstructie.

zie   het onderdeel "Metselwerk verbanden incl. voegen en specie".

Het zijn vooral de architecten Berlage en Cuypers geweest, die de toepassing van baksteen als schoon metselwerk in het interieur een nieuw leven hebben ingeblazen.
Voor een prachtig voorbeeld van het het, hierboven, bedoelde tiende geval zie video van de restauratie (2012 t/m 2014) van het Jachthuis Sint Hubertus, gelegen in het Nationale Park De Hoge Veluwe.    (zie verwijzingen naar externe sites van derden)
 

 

bron naaststaande afbeelding:   voorblad tijdschrift Rijksdienst Cultureel Erfgoed 2014-2
 

binnenhuismaterialen

Steenstrips:

Een steenstrip is eigenlijk een variant van de tegel met de uittraling van schoon metselwerk.
Deze steenstrips, in de jaren 80 van de vorige eeuw veelvuldig toegepast, kom je nog in veel woningen tegen. Hoewel uit de tijd, is het voor de meeste huidige bewoners te veel werk om ze er weer af te halen en te kostbaar om ze weg te laten stuccen.
steenstrips

klik hier om naar boven te gaan


 

Wandtapijten:

Een van de oudste middelen om een wand te bedekken en tegelijkertijd te versieren, is het tapijt.
Het woord tapijt is afgeleid van het Latijnse "tapetum", dat dekkleed betekent.

De oorsprong van het tapijt moet men zoeken bij de oude oosterse volken die hun tenten door middel van tapijten in verschillende afdelingen verdeelden, de vloeren met tapijten bedekten en het tapijt ook als bed gebruikten.

De tapijtweefkunst werd door de Arabieren naar Europa gebracht en kwam in onze streken in de l4de, l5de en l6de eeuw tot grote bloei.
In de Zuidelijke Nederlanden waren steden als Brussel, Antwerpen, Brugge en andere, om hun voortbrengselen op dat gebied zeer bekend.

Tijdens Lodewijk XIV waren het in Frankrijk vooral de gobelins en de tapijten "à la Savonnière", die als wand-en vloerbekleding zeer in trek waren.

Functie:
bron:   Wikipedia

Het succes van het wandtapijt als decoratie is deels te verklaren door het mobiele karakter ervan.
Vorsten en edellieden konden op vrij eenvoudige wijze een serie wandtapijten van hun ene residentie naar de andere meenemen.
Aan het Bourgondische, Spaanse en Habsburgse hof stonden wandtapijten synoniem voor rijkdom, luxe, prestige en macht.
Wandtapijten vormden meestal reeksen of caemers.
Ze dienden om kastelen op te fleuren en tocht te weren.
Wandtapijten die tuinen afbeelden, gaven op winterse dagen een aangename indruk. binnenhuismaterialen
Daarnaast hebben wandtapijten ook een akoestisch effect.
Etc.
 

Niet elk tapijt was mobiel.

Het tapijt van Bayeux is een borduurwerk van 70 meter lang en 50 cm hoog, dat de geschiedenis uitbeeldt van de slag bij Hastings in 1066. Hierbij viel Willem de Veroveraar vanuit Normandië Engeland binnen en versloeg hij de Angelsaksische koning Harold. Het tapijt is vernoemd naar de stad Bayeux in Frankrijk en werd vermoedelijk vervaardigd in 1068.

Niet iedereen kon zich de luxe van tapijten of gobelins veroorloven en dus zocht men naar andere materialen die men vooral vond, toen de weefkunst zich verder had ontwikkeld.
"Goedkopere" stoffen, als velours, zijde, satijn, jute, etc. en vanaf het midden van de 18e eeuw het behang deden hun intrede als vervangingsmiddelen.
klik hier om naar boven te gaan


 

Houten wandbekledingen:

Zoals hierboven reeds gezegd was het gebruik van gobelins niet voor elke beurs mogelijk, maar als we toch graag "duur" wilden doen, een neiging die we in meer of mindere mate allemaal hebben, dan kon men, zonder het "goedkope" te laten opvallen, twee dingen doen, nl.: imiteren, maar dan moest men wel over een goede imitatie beschikken;

niet imiteren, maar het te bespannen oppervlak verkleinen, waardoor de beschikbare financiele middelen toch toereikend werden.

Dit laatste was alleen mogelijk indien men een goede vervanging kon vinden voor het wandgedeelte dat men niet met gobelin kon bekleden. Men besloot daarvoor hout te benutten en men overwoog zelfs, dat hoe meer hout men zou gebruiken, des te minder gobelins men nodig had.
Zo kwam men tot de z.g. lambrizering.

De hoogte van zo'n lambrizering varieerde van een hoogte van omstreeks 1.50 m boven de vloer tot soms deurhoogte.

zie extra   Betimmering van een studeerkamer (bron:  Ramen, deuren en betimmeringen door J.G.Wattjes (1925)

zie   voor de modernere versies het onderdeel "Houten wandbetimmeringen".
klik hier om naar boven te gaan



 

Tegels en dergelijke:


Herkomst:
bron tekst (Herkomst en Oudhollandse tegels):  http://www.nederlandstegelmuseum.nl/

Al duizenden jaren lang maakt de mens voorwerpen uit klei. Wanneer men klei bakt bij een temperatuur van 800 - 1000°C ontstaat het materiaal ‘aardewerk’. Dit aardewerk is poreus en niet geschikt om vloeistoffen in te bewaren. De ontdekking van glazuur - vele eeuwen geleden - was erg belangrijk. Aardewerk met glazuur bedekt, wordt voor de tweede maal verhit. Het glazuur smelt en verhardt tot een glasachtig doorschijnend laagje. Het voorwerp wordt hierdoor ondoorlaatbaar voor vloeistoffen;   bovendien wordt het oppervlak erdoor verfraaid. In het Midden-Oosten werd ca 1000 - 600 jaar voor Christus tinglazuur toegepast, dat na het bakproces ondoorzichtig en witglanzend is. Op deze witte ondergrond komt de aangebrachte beschildering prachtig uit.
Deze versieringstechniek gaf een omwenteling in de keramische kunst.

Met de veroveringen van Egypte, Noord-Afrika en Spanje door Arabische (Islamitische) stammen (6de - 14de eeuw) verbreidde zich niet alleen de Islamitische godsdienst, maar ook de Islamitische kunst en hoogstaande architectuur.
De betegelde muren van het Alhambra (14de eeuw), het paleis van de Moorse (Islamitische) Koningen in Granada (Zuid-Spanje), zijn hiervan een schitterend voorbeeld. Mede hierdoor is de toepassing van het tinglazuur op aardewerk in Europa bekend geworden.

Oudhollandse tegels:
In het begin van de 17de eeuw ontstaan ook aardewerk- en tegelbakkerijen o.a. in Utrecht, Delft, Gouda, Hoorn, Enkhuizen, Harlingen, Makkum en Bolsward.

De voorbeelden van de Delfts blauwe en andere oudhollandse tegels zijn overbekend.
Het decor van de tegels bracht men daarop aanvankelijk alleen in blauw glazuur aan, later ook in andere kleuren.
De tegels werden beschilderd met voorstellingen uit het dagelijkse leven, zoals ruiters, soldaten, schepen, spelende kinderen, etc. Ook gebeurtenissen uit de bijbel werden veel op tegels afgebeeld.

tegels  tegels  tegels  tegels  tegels

Eind 17de eeuw kwam naast de blauw beschilderde, de paars beschilderde tegel in de mode, behalve in Friesland, waar blauw de hoofdkleur bleef.

In de tweede helft van de 18de eeuw werden ornamenttegels, die de invloed van de zogenaamde Lodewijk-stijlen vertonen, weer belangrijk.

In de tweede helft van de 19de eeuw gingen de tegelproductie en de tegelbeschilderingen achteruit door de slechter wordende economische toestand én de concurrentie van industrietegels uit Engeland en Duitsland. Omstreeks 1900 was er nog een kleine opleving in de tegelindustrie, toen ook op tegels Jugendstilmotieven werden gebruikt, die vooral in portieken en in bogen boven ramen werden toegepast. tegels

Vorm:
De tegels die in het algemeen een vierkante vorm hadden, kregen in de loop van de tijd gezelschap van tegels van afwijkende vorm. Niet de steenbakkerijen, maar de pottenbakkerijen namen daarvan de fabricage ter hand.
Bekend zijn de z.g. sectieltegels, voornamelijk afkomstig van "De Porceleyne Fles" in Delft.
Het zijn aardewerktegels van een vorm die men aanpaste aan de figuren van het tableau dat ze te zamen moesten vormen. De naden vallen dan samen met de voornaamste figuuromtrekken uit de voorstelling. Een en ander kan men vergelijken met het glas-in-lood-werk van gebrandschilderde kerkramen.
tegels
 

Een bijzondere toepassing als variant is de z.g. scherfsteenwand, waarvoor men meestal tegels gebruikt.
Door een hamertik op de achterzijde breekt men ze in scherven die men stuk voor stuk in de betonspecie drukt. Daarbij zorgt men ervoor, dat de scherven niet in hun oorspronkelijke stand ten opzichte van elkaar komen. Zodra de betonmortel verhard is, bedekt men de gehele oppervlakte met een zeer fijne betonmortel om de voegen in te wassen. Het teveel verwijdert men daarna.

zie extra   Glasmozaïek variant van 2 miljoen glasstukjes (Antonius Abt-kerk te Scheveningen).
 

tegels Eén van de latere toepassingen in tegelwerk zijn de tegelmozaïeken
De daarvoor te bezigen mozaïektegeltjes zijn meestal 20 x 20 mm, maar andere maten komen ook voor:

De geglazuurde tegeltjes zijn los en op vellen papier verkrijgbaar, waarop de tegeltjes met de voorzijde geplakt zijn. Met het papier er nog aan drukt men deze in de zachte lijmmortel die in de voegen tussen de tegels moet dringen, waardoor ze goed vast komen te zitten. Zodra de mortel verhard is, maakt men het papier nat en verwijdert het.

Meestal werkt men met verschillend gekleurde tegels, waardoor men een levendig effect bereikt.
Toepassing van dit mozaiekwerk voor buiten is niet aan te bevelen;   door de vele voegen en de geringe dikte van deze tegeltjes is de kans zeer groot, dat ze door het inwerken van vocht en de daarbij optredende temperatuurverschillen zullen losspringen.

Toepassing:
Door de grotere algemene welvaart in de 17e eeuw kwam er veel vraag naar tegels. Zij werden bij mensen die het konden betalen veelvuldig in de woningen toegepast o.a. in de schouwen, gangen, trapportalen, keukens en als plinttegels. In sommige delen van het land, bijvoorbeeld Zeeland, Friesland en Overijssel, werden woonkamers en keukens van onder tot boven betegeld.

Die tijd is nu voorbij.
Tegelwerk komt tegenwoordig alleen nog maar voor in keukens en sanitaire ruimten.

Er zijn tegels van velerlei fabrikaat in de handel, waarvan de kwaliteit in het algemeen goed te noemen is. De dessins en de voorstellingen zijn legio, evenals het aantal kleuren en tinten, zowel in mat als glanzend glazuur. Naast tegels met een geschilderd decor, kent men ook nog de reliëftegel, waarin het decor in reliëf is aangebracht.

bron mogelijke toepasbare afwerkingsprofielen tegelwerk:   www.schueter-systems.com

Voor sanitaire ruimten zijn bepaalde voorwaarden waaraan je minimaal moet voldoen
zie   het onderwerp "Wateropname scheidingsconstructie" bij het onderdeel "Vloer- en wandafwerking in sanitaire ruimten".

bron onderstaande tekening :  Ramen, deuren en betimmeringen door J.G.Wattjes (1925)

tegelwerk
 

 

Maatvoering:
Bij het betegelen van wanden en vloeren wil men meestal tegels kleiner dan een halve tegel vermijden. Ook als dit in het bestek is vermeld is dit in de praktijk niet altijd haalbaar.
Het uitzoeken op tekening, hoe summier ook, van hoe te betegelen is te prefereren boven alleen een omschrijving. De tekenaar heeft namelijk meer invloed op het eindproduct van dit onderwerp dan de bestekschrijver. Doch ook hier geldt:  dat de bouwtolerantie bepalend is.
 

Let echter wel op !
Een eis als dat je de kraan van de wasbak in het midden van een tegel wil hebben is utopie. Dit lukt wel op een theoretische tekening, maar niet in de praktijk. De loodgieter die als eerste begint plaatst namelijk niet de tegels.
 

tegelwerk
klik hier om naar boven te gaan



 

Natuursteen:


natuursteen
klik hier om naar boven te gaan


 

Wandschilderingen:

Voor men tot betegeling van de wanden overging (zie hierboven bij tegels en dergelijke;), heeft men nog wel getracht om de witte gestucte muren van schilderwerk te voorzien, maar zo gemakkelijk was dat niet, nog afgezien van het feit dat lang niet iedereen een schilderstuk kan maken. Bovendien was het in die tijd niet gemakkelijk om aan houdbare kleurstoffen te komen. Desondanks waren er toch kunstenaars die dit wel aandurfden.
De prijzen van hun werk waren echter van dien aard dat hun kunstprodukten in de gewone huizen praktisch niet voorkwamen, wel in die van de patriciërs en in kerken en paleizen.

Fresco’s.
Hierbij bracht men de met water aangemaakte poederverven aan op de verse, nog natte pleisterlaag. Deze pleisterlaag trok het door de verf gekleurde water sterk aan, terwijl het kalkbestanddeel,kalk hydraat, door zijn fïjnheid de kleurstofkorrels omhulde. Na verstening van de pleisterlaag was de kleur daarin als het ware opgesloten en daardoor goed beschermd tegen invloeden van buiten.

Fresco's tijdens de verbouw van "de Kapel" te Culemborg. (2013-14)
Kapel Culemborg Kapel Culemborg Kapel Culemborg

Langzamerhand ondergingen zowel de pleistermnortels als de stucadoortechnieken zodanige verbeteringen, dat men mooie gladde pleisterlagen verkreeg, zoals die we nu kennen. Hierop kan men muurschilderingen in olieverf en water- of muurverf maken.

zie   ook het onderdeel "Muurschilderingen, graffiti en anti graffiti".
 


Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 06-02-2017

 

 
klik hier om naar boven te gaan


 

 

 extra informatie behorende bij:
Houten wandbekledingen:
klik hier om naar boven te gaan

Betimmering van een studeerkamer:

(bron:  Ramen, deuren en betimmeringen door J.G.Wattjes (1925))

Dikwijls wordt het benedengedeelte der wandvlakken met houten lambriseeringen bekleed, hetzij om het wandgedeelte, dat het meest aan verontreiniging en beschadiging blootstaat, daartegen beter bestand te maken, hetzij om architectonische redenen. De hoogte der lambriseeringen kan zeer verschillend genomen worden, doch bedraagt bij voorkeur niet minder dan ongeveer 1.60 M., zoowel om practische als om architectonische redenen.

Houten lambriseeringen kunnen worden uitgevoerd als beschietingen van geprofileerde schroten of als paneelen lambriseeringen.
Door een doelmatig gekozen profileering kunnen met beschietingen buitengewoon fraaie en rustige lambriseeringen verkregen worden.

Ter bescherming van de lambriseeringen tegen het vocht uit de gemetselde muren is het volstrekt noodzakelijk tusschen muur en lambriseering een luchtruimte te laten van minstens l,5 bij voorkeur 2 c.M. en deze luchtruimte te ventileeren, terwijl het voorts noodzakelijk is, de achterkanten der lambriseeringen minstens tweemaal met menie te verven.
Voor ventilatie moeten in het plint of beneden aan in de lambriseering en in de deklijst of hoog in de lambriseering gaten gemaakt worden.

Door het ontbreken van een dergelijke ventilatie enook reeds door onvoldoende ventilatie wordt het hout niet alleen door vocht aangetast, doch ontwikkelen zich ook zwammen in de ruimte tusschen lambriseering en muur.

Fig. 787 en 788 toonen een studeerkamerbetimmering met lambriseering, schoorsteenbetimmering en vast kastje.
De schoorsteenmantel bestaat uit een tegelbekleeding; de lambriseering bestaat uit een eenvoudige beplanking, die met deklijsten betimmerd is, boven boekenkastje en lambriseering is een behangselbekleeding aangebracht, die door een zichtbaar houten raamwerk wordt ingesloten. Ook hierbij is de betimmering met halfronde deklatten herhaald.
Voor het overige moge naar de figuren verwezen worden.

wandbekledingen

wandbekledingen
 

 


 extra informatie behorende bij:
Houten wandbekledingen:
klik hier om naar boven te gaan

Glasmozaïek variant van 2 miljoen glasstukjes (Antonius Abt-kerk te Scheveningen).:

bron:  fragment van artikel "Cholera in Scheveningen" uit tijdschrift Rijksdienst Cultureel Erfgoed 2013-1
en afbeelding uit antoonmolkenboer.wordpress.com/mozaieken/antonius-abtkerk/

fragment uit tijdschrift Rijksdienst Cultureel Erfgoed 2013-1

zie   voor cholera en de oorzaak c.q. oplossing de extra bij het onderdeel "Installaties - WGE - Water".
klik hier om naar boven te gaan