Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

Wat is kleur.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

kleurenleer;

materiekleuren en kleurenharmonie;
kleurenwaaiers;

functionele kleurtoepassing;
kleurenpsychologie;



 

Kleurenleer:

bron leidraad tekst:  Schilderwerken (interieurcursus LOI (1977))

kleurenleer

Breking en schifting:
Het witte zonlicht, dat door de zon wordt "uitgestraald", bestaat uit een verzameling lichtstralen van verschillende kleur.
Laat men een straal zonlicht op een glazen prisma vallen, dan treedt de straal aan de andere zijde niet slechts gebroken te voorschijn, doch tevens waaiervormig verspreid in alle kleuren van de regenboog, het z.g. spectrum.
Dit wordt zichtbaar, door de gebroken lichtstralen op een wit scherm op te vangen.

Het spectrum bevat niet alleen de zichtbare lichtstralen, maar ook nog stralen die onzichtbaar zijn voor het menselijk oog;
links van het zichtbare spectrum bevinden zich de infrarode stralen en rechts de ultraviolette stralen.

Absorbtie en reflectie:
Het zien van een bepaalde kleur in de dingen om ons heen, wordt veroorzaakt door de kleurstoffen die zich aan de buitenkant van die dingen bevinden. Deze kleurstoffen hebben de eigenschap om alleen die gekleurde lichtstralen van het witte licht terug te kaatsen, die met hun aard overeenkomen. Alle overige lichtstralen worden door de voorwerpen waarop ze vallen, geabsorbeerd of opgeslorpt en dus niet teruggekaatst.

Worden alle lichtstralen gereflecteerd of teruggekaatst dan is het voorwerp wit.

Worden alle lichtstralen geabsorbeerd dan is het voorwerp zwart. Het voorwerp bevat dan geen kleurstoffen.
Echt zwart als kleur bestaat echter niet. In zwarte voorwerpen is altijd een zeer kleine hoeveelheid kleurstoffen aanwezig.

Geabsorbeerd licht wordt grotendeels omgezet in warmte.
Donkere voorwerpen worden daarom warmer bij erop vallende lichtstralen dan lichtgekleurde voorwerpen.

Wordt een effen vlak door een lichtstraal getroffen, dan wordt het grootste gedeelte van het licht teruggekaatst en wel in ťťn richting;   hierdoor ontstaat de spiegeling.
Is nu zo'n vlak niet geheel glad, maar b.v. zeer fijn korrelig, dan wordt het licht ook wel gereflecteerd, maar dan naar alle kanten. Men spreekt dan van een diffuse of verstrooide terugkaatsing.
Dergelijke vlakken spiegelen niet;   ze zien er integendeel dof uit.

kleurenleer

Primaire, secundaire en tertiaire kleuren:

De primaire kleuren zijn de enkelvoudige, de onvermengde rood, geel en blauw. Zij kunnen niet door vermenging met andere kleuren worden verkregen.

De secundaire kleuren worden verkregen door twee primaire kleuren te vermengen. Het zijn oranje, groen en paars.

De tertiaire kleuren ontstaan door het vermengen van twee secundaire en we krijgen daardoor:   roodbruin, geelbruin of olijfkleur

In het kleurenschema tegenover elkaar staande kleuren noemt men complementaire kleuren. Men noemt deze harmonisch.
Wit en zwart komen in deze kleurenschema's niet voor.
Ze worden niet als kleuren, maar als grenzen van de kleuren beschouwd.

www:
Zie ook de syllabus door Pieter Berkhout © 2006 Kunstacademies Haarlem en Leiden bij verwijzingen naar externe sites van derden.
klik hier om naar boven te gaan


 

Materiekleuren en kleurenharmonie:

Spectrale kleuren en materiekleuren zijn in wezen zeer verschillend.
Geen enkele der materiekleuren is volkomen zuiver;   zij bevatten alle ook nog een percentage wit en zwart.

Men kan de kleuren indelen in warme en koude kleuren. De grootste warmte onder de kleuren bezit oranje, daarna rood en geel.
Koude kleuren zijn blauw, blauwviolet en groenblauw.
De warme kleuren vertonen over het algemeen een sterkere werking dan de koude kleuren. Zij dringen zich aan ons op.
Koude kleuren zijn bescheidener.

Grijze kleuren bevatten geen rood, geel of blauw, dus alleen zwart en wit, welke laatste eigenlijk geen kleuren zijn.
Bonte kleuren bevatten naast zwart en wit, wel rood, geel of blauw.

De bonte kleuren kan men op vier manieren veranderen:

  -   kleurtoon geheel veranderen (b.v. rood met blauw = paars);
  -   lichter maken door toevoeging van wit;
  -   donkerder maken door toevoeging van zwart en
  -   grijzer maken door toevoeging van wit en zwart.

De grijze, dus niet-bonte kleuren, kan men slechts op twee manieren wijzigen.
Een bepaald grijs kan men met wit of zwart alleen lichter of donkerder maken.

De hoofdwet van de kleurenharmonie luidt:
ALLEEN DIE KLEUREN BIJ ELKAAR, DIE IN EEN OF ANDERE WETMATIGE VERHOUDING TOT ELKAAR STAAN.

Met andere woorden:
CreŽer kleurenharmonie door kleuren te gebruiken die vlak bij elkaar liggen, of contrasten door een combinatie van ver uiteen liggende kleuren

Alhoewel kleurenharmonie een subjectief begrip is vinden toch veel mensen hetzelfde mooi.
 

 

Kleurenwaaiers:


ralkleuren    ....................... RALkleuren zie bij verwijzingen naar externe sites van derden.

schildersverf kleurenwaaier    voorbeeld van kleurenwaaiers zie bij verwijzingen naar externe sites van derden.

voor schilderwerk     hrt onderwerp "Onderhoud" bij het onderdeel "Buitenchil".
klik hier om naar boven te gaan



 

Functionele kleurtoepassing:


kleurenleer    kleurenleer
klik hier om naar boven te gaan


 

Kleurenpsychologie:

Kleur oefent op de mens een bepaalde werking uit, maar in veel gevallen is men er zich niet van bewust, dat kleur de mens iets doet.
De kleurenpsychologie tracht de wetten op te sporen die aan deze werkingen of invloeden ten grondslag liggen, om van daaruit regels te vinden, die voor de toepassing van kleur van belang zijn.
De grote moeilijkheid is, dat elk mens de kleur op zijn eigen wijze verwerkt.

Kleurenpsychologie is onder te verdelen in:
  -  psychologie van de kleurwaarneming;
  -  psychologie die nagaat hoe kleur inwerkt op het gevoelsleven;
  -  kleurensymboliek;
  -  kleuren esthetiek;
  -  en kleurtoepasing.

Kleurwaarneming:

De mens is in staat de kleur zo' waar te nemen, dat hij daarin zeer fijne nuances kan onderscheiden. Men noemt dat het kleuronderscheidingsvermogen.

De mens neemt niet alleen een kleur waar, maar de kleur "zegt" hem ook iets, hij "beleeft" deze op een bepaalde manier.
In de verhouding tussen mens en kleur bestudeert de kleurenpsychologie de werking van de kleur op de mens en omgekeerd. De ene kleur beÔnvloedt de mens meer dan de andere kleur, terwijl de ene mens meer voor beÔnvloeding van de kleur toegankelijk is dan de andere mens. Talrijk zijn de factoren die hierbij een rol spelen.
Materiaal, ruimte, soort kleur, belichting, vorm en, van de zijde van de mens, stemming en karakter hebben een aandeel in de oproeping van een kleurbeleving. Kleur moet men daarom steeds beoordelen in de situatie waarin deze verschijnt.

Kleurtoepassingen:

Bij de toepassing van kleuren is het van groot belang dat men de vraag stelt, welke aspecten men kan onderscheiden en welke problemen kunnen ontstaan. Men moet zich rekenschap geven van de gehele situatie, waarbij men uiteraard de mens niet mag vergeten.
Kennis hebben van kleur betekent de verhouding kennen van de mens ten opzichte van de kleur en dat is geen eenvoudige aangelegenheid. Voorbeeld:
Groene en rode wanden:    Oude mensen hebben meer behoefte aan licht dan jonge mensen (fysiologisch verschijnsel).
Kleur kan invloed hebben op het onbewuste van de mens.
Deze onbewuste invloed is te gebruiken voor:
  -  productieverhoging;
  -  veiligheid;
  -  reclame, etc.

Niet goed toegepaste kleuren kunnen schade toebrengen aan de psychische conditie van de mens.
Een wetenschappelijk verantwoord kleurgebruik corrigeert een onjuiste kleurtoepassing.

De beleving van kleur in een ruimte:

De sfeer in een ruimte wordt voor een groot deel bepaald door de kleuren die u ziet. Door het kiezen van de goede kleur kunt u die sfeer beÔnvloeden. Bij welke kleur of kleurencombinatie iemand zich het prettigst voelt is een persoonlijke zaak. Wel roept iedere kleur een specifiek effect op.

   Blauw is de kleur van de lucht en de zee.
Een kleur die rust brengt en een vertrek een frisse uitstraling geeft.    Blauw past bijna overal bij.
   Groen is de kleur die in de natuur het meest voorkomt.
Een levendige kleur die ontspannend werkt en frisheid en energie geeft.
   Oranje is warm en stimulerend.
In een ruimte brengt oranje een mooie warme gloed.
   Zwart absorbeert licht en kan daardoor somber werken.
Geraffineerd toegepast geeft ze een ruimte een chique karakter.
   Bruin is een aardse kleur die zeer veel prachtige nuances kent.
Bruin is warm en geeft een kamer een stijlvolle uitstraling.
   Geel is de kleur van de zon, verwarmend, stimulerend en sprankelend.
Met geel haal je vrolijkheid en een positieve sfeer in huis.   Verschillende geeltinten zijn heel goed met elkaar te combineren.
   Wit is de kleur van onschuld, luxe en eenvoud.   Wit is tijdloos en brengt licht, koelte en ruimte in een vertrek.
Wittinten vormen een prachtige basis voor het inrichten van een vertrek.
   Rood is een krachtige vrolijke kleur die energie geeft.
Rood geeft een vertrek een warme en intieme uitstraling.
   Paars is de kleur van emotie.
In een vertrek toegepast werkt het kalmerend en stimulerend.
    
Grijs roept op zich geen emoties op maar kan goed met andere kleuren gecombineerd worden.

De kleurenpsychologie is dynamisch, zij past zich snel aan de veranderlijke maatschappelijke instelling aan.
Het klakkeloos gebruik van zogenaamde "kleurrecepten" (heldere kleuren als bijvoorbeeld wit en blauw in de keuken, warme kleuren in de woonkamer, etc) is derhalve niet aan te raden.
Als een kleur niet gekozen is op grond van overleg, dan zal deze of hinerlijk zijn of snel saai worden.

De kleurtoepassing is cultuurgebonden en is dat altijd geweest. De kleurdominant van de middeleeuwen verschilt derhalve van de kleurendominant in de renaissance.

  geschiedenis van de kleur (aantekeningen).
 


Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 11-11-2015

 

 
> klik hier om naar boven te gaan


 

 

 extra informatie behorende bij:
Kleurenpsychologie:
klik hier om naar boven te gaan

Geschiedenis van de kleur (aantekeningen):

kleurenleer
klik hier om naar boven te gaan