Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

Bitumineuze dakbedekking.


De beslissing over de opbouw van een bitumineus dakbedekkingssysteem n over de toe te passen bevestigingsmethode hangt onder andere af van de aard van de ondergrond en onderconstructie.

Soorten dakbedekkingssystemen/bevestigingsmethoden:

Voor de dakbedekkingconstructies met een bitumineuze en/of kunststof bedekking is door het Buro Dakadvies een coderingssysteem ontwikkeld die algemeen gebruikt wordt t.b.v. werkomschrijvingen, bestekken, etc.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

coderingssysteem;
voorkeur-bevestigingsmethoden;
Vakrichtlijn Gesloten Dakbedekkingssystemen;


 

coderingssysteem:

Hoofdgroepen:

Bitumineuze dakbedekkingssystemen worden naar de bevestigingswijze onderscheiden in de hoofdgroepen:
  • L = losliggend en geballast
  • P = partieel gekleefd
  • F = volledig gekleefd
  • N = mechanisch bevestigd (geschroefd of genageld)

  • Deze systemen kunnen voorts worden onderverdeeld in meerlaagse of eenlaagse systemen en naar de verwerkingsmethoden:

Materiaalsoort:

  • B = geblazen bitumen
  • Mt = met thermoplastische kunststof (APP) gemodificeerd bitumen
  • Me = met elastomere kunststof (SBS) gemodificeerd bitumen
  • Ml = bitumenlatex emulsie
  • Kt = thermoplastische kunststof (PVC of PEC)
  • Kc = co-polymeer kunststof (ECB)
  • Ke = elastomere kunststof (EPDM)

Wapening of cachering:

  • bG = glasvlies
  • S = synthetische inlage (polyestermat, -weefsel. glascombinatie)

Afwerking:

  • C = cover (leislag, fijn grind of gemineraliseerd)
  • X = extra ballastlaag van grof grind.

Voorbeeld:

LBGMS = losliggende en geballaste 2 laagse constructie met een 1e laag op basis van geblazen bitumen en een inlage van glasvlies en een 2e laag op basis van gemodificeerd bitumen (APP of SBS) met een inlage van polyestermat.

VD (VB)-codering dakbedekkingsmaterialen:

   (bron:   www.vebidak.nl)
klik hier om naar boven te gaan


 

voorkeur-bevestigingsmethoden:

In principe kunnen op bestaande bitumineuze dakbedekkingen alle soorten bevestigingsmethoden worden toegepast. Welke methode de meeste zekerheid biedt, hangt af van de conditie en samenstelling van het bestaande dakbedekkingssysteem en de onderconstructie.

  (bron:   Venedak)
klik hier om naar boven te gaan



 

Vakrichtlijn Gesloten Dakbedekkingssystemen:

Deze Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen is per 1 december 2000 vastgesteld door een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van BDA-INTRON, stuurgroep technische zaken VEBIDAK, technische commissie Dakmerk en BDA Dakadvies B.V.
De Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen wordt jaarlijks geactualiseerd onder begeleiding van de genoemde organisaties.

Inhoudsopgave:
DEEL A Informatie voor dakbedekkingsconstructies en dakbedekkingssystemen;
DEEL B Bitumen dakbedekkingsconstructies en -systemen, ontwerprichtlijnen;
DEEL C Uitvoeringsrichtlijnen en details bitumen dakbedekkingssystemen;

DEEL D Kunststof (PVC) en rubber (EPDM) dakbedekkingsconstructies en -systemen, ontwerprichtlijnen;
DEEL E Uitvoeringsrichtlijnen en details kunststof (PVC) en rubber (EPDM)
dakbedekkingssystemen.

De Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen (www.vebidak.nl)
voor volledige Vakrichtlijn Gesloten Dakbedekkingssystemen 2010 zie verwijzingen naar externe sites van derden:

Inleiding losgelegde dakbedekkingssystemen:

De langste ervaring met baanvormige dakbedekkingssystemen is er met losliggend geballaste systemen.
De les die geleerd is uit de ervaring met deze losliggende geballaste daken is, dat: de levensduur in het algemeen langer is, aangezien de dakbedekking zich onafhankelijk gedraagt ten opzichte van de onderliggende componenten en dat de dakbedekking minder gevoelig is voor veroudering, aangezien twee belangrijke invloedsfactoren, UV-licht en warmte, door de ballastlaag worden gefilterd.
Een nadeel van een losliggende geballaste dakbedekking kan zijn dat in een bosrijke of industriële omgeving het dak te snel vervuilt, waardoor zich een humuslaag op het dak vastzet.
Bij normale vervuiling (stof en zand) kan een goede vuilafvoer en daardoor een langere levensduur worden bereikt door het dak een goede helling te geven in combinatie met schoon grind van voldoende grote fractie.

Losgelegde dakbedekkingssystemen dienen te worden geballast met grind of tegels. In NPR 6708 zijn nadere aanwijzingen voor de toepassing van een ballastlaag gegeven.
In geval van grind moet dit schoon gewassen zijn. Oud dakgrind mag eerst na grondige reiniging opnieuw worden gebruikt, In geval van tegels dienen deze aan de onderzijde een spoelmogelijkheid te hebben, bijvoorbeeld door tegels met nokken of tegels op tegeldragers toe te passen.

De bij de geselecteerde dakbedekkingsconstructies genoemde ballastlagen gelden voor gebied II onbebouwd tot een hoogte van 10 meter.

Een losgelegd geballast dakbedekkingssysteem moet blijvend gescheiden blijven van de ondergrond.

Deze scheiding kan met de volgende materialen worden gerealiseerd:

  • onderlaagpapier, zogenaamd hennep papier of watervast onderlaagpapier
  • naakt polyestervlies
  • naakt glasvlies.
  • Inleiding partieel gekleefde dakbedekkingssystemen:

    Het partieel kleven van baanvormige bitumineuze dakbedekkingssystemen dateert van het begin der zestiger jaren. De noodzaak tot het partieel kleven was vooral, het voorkomen van blaasvorming in dakbedekkingssystemen, die werden aangebracht op oude dakbedekkingen, steenachtige onderconstructies en in een later stadium gecacheerde isolatieplaten.

    Het voordeel van deze partieel gekleefde dakbedekkingen bij een correcte uitvoering is een dampdrukverdelende laag met relatief veel "losse gedeelten". Hiermede wordt voorkomen dat blaasvorming kan ontstaan, terwijl bovendien de hechting op de ondergrond minder intensief is. Hierdoor leiden spanningen vanuit de ondergrond eerder tot onthechting van de kleefpunten dan tot scheurvorming in de dakbedekkingslagen,

    Een nadeel van partieel gekleefde dakbedekkingssystemen, die meestal worden uitgevoerd met een geperforeerde eerste laag, is dat de weerstand tegen pelkrachten betrekkelijk gering is terwijl de hechting aan de ondergrond en daarmee de stormvastheid door de uitvoeringsmethodiek te beïnvloeden is.

    Sinds jaar en dag wordt dan overigens aanbevolen om de eerste laag in de randzone aanvullend te bevestigen met bitumen, partieel gekleefd volgens de slingermethode.

    Inleiding volledig gekleefde dakbedekkingssystemen:

    Volledig kleven van dakbedekkingssystemen op ondergronden vindt plaats.

    Indien isolatiematerialen met een open structuur die geen dampdrukverdelende laag vereist worden toegepast, alsmede ondergronden met een relatief geringe delaminatiesterkte.

    Bij glasschuim-isolatie is het voordeel van een volledig gekleefde laag dat hiermede een zogenaamd compact dak ontstaat waardoor onverhoopte beschadigingen minder snel leiden tot een volledige verzadiging van het isolatiepakket, In dit geval dient om blaasvorming te voorkomen een extra ballastlaag te worden toegepast.

    Het volledig kleven van dakbedekkingssystemen wordt voorts met klem geadviseerd op die constructies waar een onverhoopte beschadiging leidt tot uitermate moeizaam lekkage speurwerk, bijvoorbeeld constructies op parkeerdaken, tuindaken of dakterrassen, Bij de gekleefde constructies op isolatiematerialen moet de eerste randstrook in de kimmen bij alle dakranden aanvullend mechanisch worden bevestigd. Hiermede wordt bereikt dat de weerstand tegen opwaaien (pelkrachten) wordt verbeterd.

    Inleiding mechanisch bevestigde dakbedekkingssystemen:

    Mechanisch bevestigde dakbedekkingssystemen waren in het verleden vooral genagelde dakbedekkingen op houten dakbeschot.

    Aangezien de meeste dakbedekkingssystemen worden aangebracht in warmdak-constructies is het nagelen van een dakbedekkingslaag een uitzondering geworden. Genagelde dakbedekkingen komen nog uitsluitend voor op open loodsen, bergingen of luifels, In alle andere gevallen betekent het dat een dakbedekking door de isolatie heen aan de onderconstructie moet worden bevestigd met behulp van schroeven en drukverdeelplaten. Hiervoor wordt zonder uitzondering gekozen voor gebitumineerde polyestermat dat op hele baanbreedten mag worden verwerkt.

    Afhankelijk van de breedte van de rand- en hoekzones, die worden bepaald volgens de berekeningsmethode gebaseerd op de ontwerpnorm NEN 6702, betekent dit dat in deze zones meer bevestigingsmiddelen worden aangebracht, In het algemeen betekent dit (tot 10 m hoogte) dat de eerste laag aansluit onder de randstrook en aldaar mechanisch wordt bevestigd h.o.h. 250 mm. Het aantal bevestigingsmiddelen dient door berekening voor iedere dakzone te worden bepaald, uitgaande van de rekenwaarde voor de windbelasting voor het bevestigingssysteem.

    Het benodigde aantal bevestigingsmiddelen per m dient in een regelmatig patroon, gevormd door rijen bevestigingsmiddelen in de overlap en in het hart van de baan, te worden aangebracht. Voor de bevestigingsmid- delen wordt gekozen voor geprofileerde drukverdeelplaten en boor- of plaatschroeven in een kwaliteit akankelijk van de onderconstructie en de toepassing, Geadviseerd wordt te kiezen voor schroeven met een grotere weerstand tegen corrosie aangezien reeel kan wor- den ingeschat dat de schroeven moeten kunnen functioneren gedurende de totale levensduur van de dakbedekkingsconstructie.

    Een mechanisch bevestigd dakbedekkingssysteem moet blijvend gescheiden blijven van de onderconstructie,


     

    Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
    dd: 30-10-2012

     

     
    klik hier om naar boven te gaan