Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

Buitenschil isolatie.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

isolatie normen;
indeling van isolatiematerialen;
koudebruggen;

energielabel en na-isolatie.



 

Isolatie normen:

Let op!  Isolatienormen veranderen constant.

NEN 1068 uit 1964:
De oude NEN 1068 "Thermische isolatie van woningen" uit 1964 maakte onderscheid in drie kwaliteitsklassen van thermische isolatie: matig, voldoende en goed.
Primair stond hierbij toen om hygiŽnische redenen voorop het voorkomen van waterdampcondendensatie, zowel in het inwendige als op het binnenoppervlak van de omhullende constructie van een gebouw.
Het aspect van warmte-energieverlies stond in die tijd, ten tijde van de vondst van de gasbellen in Groningen, op de tweede plaats.

In de daarop volgende latere wijzigingen is hierin verandering gekomen.
Om de geŽiste minimumwaarden voor de warmtetransmissie van de omhullende constructies in de loop van de tijd administratief gemakkelijk te maken werd de z.g. isolatie-index ingevoerd.
isolatie index

Bouwbesluit 2002:
De norm voor de thermische isolatie van gebouwen is, met de komst van het Bouwbesluit 2002, fors op zijn kop gezet vanwege de verplichting om de bepalingsmethoden uit Europese normen over te nemen. In NEN 1068 zijn nu alle bepalingsmethoden te vinden die betrekking hebben op het berekenen van warmteverliezen en thermische isolatie van gebouwen. Dus ook de transmissieverliezen (HT) en de warmtedoorgangscoefficienten (U) van ramen, deuren en kozijnen die voorheen in de energieprestatienormen stonden.

Voor het toetsen van de 'vangnet-eisen' uit het Bouwbesluit voor de warmteweerstand van dichte geveldelen (Rc > 2,5) en de warmtedoorgangscoefficient van ramen, deuren en kozijnen (U > 4,2) hebben de wijzigingen in NEN 1068 weinig ingrijpende gevolgen, omdat de bouwpraktijk hiervoor bijna altijd al betere prestaties hanteerde.

De NPR 2068 is een nieuwe praktijkrichtlijn met vereenvoudigde handrekenmethoden die altijd veiliger uitkomst bieden dan de numerieke methoden van NEN 1068.

Bouwbesluit 2015:
bron:   Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (mei 2015)

Vanaf 2015 schrijft het Bouwbesluit een isolatiepakket voor met Rc-waarden van 3,5 (vloer), 4,5 (gevel) en 6 (dak).
Dat is nog niet optimaal, zeggen de conceptontwikkelaars. Zij realiseren in hun woningen van vůůr 2015 al hogere Rc-waarden.
Maar wat is optimaal?
In de afgelopen jaren is onderzocht hoeveel isolatie, passend binnen bestaande bouwsystemen, nog tot merkbare energiewinst leidt. Nico Blaauw (Trebbe): ďIn 2012 hebben we in Apeldoorn een serie passiefhuizen opgeleverd met een isolatiepakket met een Rc van 8 tot 10 in de gevel. Op basis van dit project en diverse berekeningen hebben we geconcludeerd dat er een zeker omslagpunt is. Dat ligt bij een Rc-waarde van 5 tot 6 in de gevel. afbeelding Rockwool
 

 

extra + www:
zie extra  Voor een globale bepaling (uit het verleden) zie bijgevoegde tabellen.

Voor een up-to-date berekening zijn ook de rekenmethoden van bijvoorbeeld "Rockwool en Isover" te gebruiken welke rechtstreeks vanaf internet te halen zijn. Zie hiervoor de verwijzingen naar externe sites van derden.
klik hier om naar boven te gaan



 

indeling van isolatiematerialen:

Men isoleert een gebouw om te verhinderen dat te veel of te weinig warmte naar binnen of naar buiten stroomt.
Dit is niet van de laatste tijd. Reeds in het begin van de 20e eeuw was zeegras, voor mensen die het konden betalen, al een gebruikelijke isolatie.
Bij renovatie / restauratie kom je dit soms boven stuc op riet plafonds nog tegen.
zie extra  Zeegras op de Veluwe (artikel uit tijdschrift van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

De werking van een goede isolatie is altijd (op een enkele uitzondering na zoals het principe van Tonzon) gebaseerd op ingesloten lucht binnenin het isolatiemateriaal. Deze isolatiematerialen zijn daarom altijd luchtig van substantie.
(  zie   voor principe Tonzon zie "Isolatie van bestaande begane grondvloeren" bij het onderdeel "Vloeren divers".  )

In principe geldt: een ideaal isolatiemateriaal voor alle toepassingen bestaat niet.
Vaak doen de afzonderlijke criteria elkaar concurrentie aan.
Het is daarom belangrijk een , eventueel in samenspraak met een bouwfysicus, zorgvuldige afweging en keuze te maken.

  • Isolatie dekens en vilt.
    Deze worden vooral gebruikt voor warmte-isolatie in dakconstructies en muren.
    Er wordt onderscheid gemaakt tussen minerale wol (minerale-synthetische isolatiematerialen (glas- ensteenwol))
    en plantaardig en dierlijk isolatiemateriaal.
  • Isolatie platen, zoals geŽxpandeerd- en geŽxtrudeerd polystyreen.
    GeŽxpandeerd polystyreen (EPS) kan b.v. buiten worden gebruikt als integrale gevelisolatie en achter beluchte gevels of binnen als isolatie tussen dakbalken en plafond.
    GeŽxtrudeerd polystyreen (XPS) neemt slechts geringe hoeveelheden vocht op en wordt daarom vaak gebruikt voor de buitenisolatie van keldermuren of voor isolatie van platte daken.
  • Thermohardende platen.
    Polyurethaan (PUR) is er als hardschuimplaat of als isolatieschuim in een spuitbus. Dit isolerende materiaal wordt vooral toegepast waar geen dikke isolatielagen mogelijk zijn of waar kleine holle ruimtes afgedicht moeten worden.
    Polyurethaan is gevoelig voor UV-straling en moet hiertegen worden beschermd.
    Polyurethaanschuim uit een spuitbus wordt alleen gebruikt voor het isoleren en stabiliseren van raam-en deurkozijnen in muren.
    Resolschuim isolatieplaten.
  • Cellulair glas.
    Cellulair glas is een zuiver glasproduct waardoor het onbrandbaar is. Brandvoortplanting en rookontwikkeling via de isolatie zullen niet optreden. Tevens is dit materiaal water- en dampdicht, waardoor het aanbrengen van een dampremmende laag achterwege kan blijven. Door de gesloten structuur en het ontbreken van organische bestanddelen biedt cellulair glas geen voedingsbodem aan ongedierte en is niet vatbaar voor de inwerking van micro-organismen. Ook zuren en organische oplosmiddelen hebben geen invloed op de kwaliteit. Tenslotte heeft dit materiaal een zeer hoge druksterkte en een zeer lage uitzettingscoŽfficŽnt.
  • Stortmaterialen als granulaat, kurkafval, katoenvlokken, etc.
  • Bitumen perlite.
    Bitumen perlite is een korrel-isolatiemateriaal dat toepasbaar is bij isolatie, egalisatie en het op afschot brengen van daken
  • Overige isolatie produkten
    waaronder o.a. een groep flexibele isolatiematerialen die werken volgens het reflectie principe zoals Alkreflex.

    En de ecologische producten zoals schapenwol, kurkkorrels, etc. Zie hiervoor de verwijzingen naar externe sites van derden.

  • klik hier om naar boven te gaan


     

    Koudebruggen:

    Een koudebrug is een plaats in de buitenschil van een gebouw met een beduidend lagere warmteweerstand dan de aangrenzende delen van die buitenschil.
    T.p.v. de koudebrug is een verhoogde kans op condensatie van waterdamp op het binnenoppervlak, welke kan leiden tot schimmelvorming.

    koudebruggen    zie   Bouwfysica   (warmtetransport door een constructie).

    De wijziging in het Bouwbesluit 2012 (ingaande per 1 maart 2013) dat bij nieuwe dakkapellen en aan-/uitbouwen bij bestaande woningen de nieuwbouwvoorschriften voor isolatie gaan gelden zal naar mijn verwachting problemen kunnen gaan opleveren, omdat de huidige generatie van bouwkundigen niet meer bekend zijn met bovengenoemd probleem.

    klik hier om naar boven te gaan


     

    Energielabel en na-isolatie:


     

    De energiebalans:

    bron afbeelding en tekst:  kosten en baten zonne-energiewoningen   (bouwwereld 77 1981)

    Om de gevolgen van bouwkundige ingrepen te kunnen berekenen, is een overzicht van alle warmteverliezen en warmtewinsten noodzakelijk.
    Dit noemen we een "energiebalans".
    Met behulp van de energiebalans kan elk willekeurig gebouw voorzien worden van een energielabel.

    zie   het onderdeel "De energiebalans" bij "verwarming - warmteregeling".
     

     

    De energielabel:


    Let op !
    Dit soort plaatjes zeggen niets over de werkelijke mogelijkheden van na-isolatie in woningen van voor die tijd en wel hierom:
    • plaatje 1 gaat over de begintijd van de gasbel in Groningen:    de massabouw met de gesubsidieerde doorzonwoning uit de jaren 60.
      (het principe van gebruik van passieve zonne-energie systemen wordt losgelaten)
      Met andere woorden:   de opwarming van de aarde door het gebruik van fossiele brandstoffen.
    • plaatje 2 de vloerisolatie is vaak niet mogelijk, omdat in de jaren 60 veel houten vloeren zijn vervangen door beton.
      Hierop kon namelijk een hoogpolig tapijt en dat was minder koud dan de kierende houten vloer met zeil.
    • plaatje 3 de dakisolatie is mogelijk, maar lastig uitvoerbaar.
      Isolatie aan de buitenzijde, met een dergelijke dikte, geeft problemen met de panmaat (vooral bij Mansarde kappen) en de gootaansluitingen die hierop niet berekend zijn.
      Isolatie aan de binnenzijde is eigenlijk alleen maar mogelijk bij een totale verbouwing. Ook de open vliering boven de slaapkamer, welke als berging wordt gebruikt, moet geisoleerd worden.
      Een combinatie van beide, is voor de Doe-het-zelver de meest voor de hand liggende keuze.
    • plaatje 4 de spouwmuurisolatie is alleen mogelijk als je een spouwmuur hebt.
      De gevel aan de buitenzijde isoleren is een aantal gevallen alleen mogelijk als je toestemming van derden hebt. Muren kunnen namelijk grenzen aan het terrein van een ander of aan de straat (beschermd stads/dorpsgezicht).
      Muren kunnen ook grenzen aan een te smalle poort. De enige rolstoelingang van jezelf en van de buren.
      De woning aan de binnenzijde isoleren gaat ten koste van de (volgens de huidige woningnorm) vaak smalle binnenruimte en lost het probleem van koudebruggen nabij dragende (halfslachtige) binnenmuren en bestaande schoorsteenkanalen niet op.
    • plaatje 5 HR glas is alleen mogelijk als het raam daarvoor geschikt is. Zoniet dan zijn voor- of achterzetramen en/of speciaal glas (Spacia e.d.) de enige alternatieven.
      zie   hiervoor het onderdeel "Binnenzetraamsystemen in monumentale gebouwen".
    • plaatje 6 (bron tekst:   Nieuwe energie van oude daken (tijdschrift van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2014-3)
      Wie zonnepanelen overweegt, moet eerst weten waar zijn energie aan opgaat, hoe hoog zijn verbruik is en wat dit kost. Want het zelf opwekken is pas zinvol nadat je het energieverbruik teruggedrongen hebt. Dat is namelijk de effectiefste manier om kosten te besparen en het milieu te helpen. Effectiever dan het zelf opwekken van energie. Energie besparen is al mogelijk zonder ingrijpende isolatiemaatregelen en de daaraan verbonden risico's en beperkingen. Het kan ook simpel en snel met eenvoudige ingrepen, die relatief goedkoop en risicoloos zijn, zoals dikke gordijnen ophangen.

     

    Divers:

    Bij de aansluiting van gevelmetselwerk met fundering, kozijnen en dak moet er op worden gelet dat de isolatie voorziening waar mogelijk doorloopt, de afwatering van lekwater gewaarborgd is en spouwventilatie mogelijk blijft;   uitzonderingen daargelaten.

    (Bij na-isolatie worden de spouwen bijna altijd volledig gevuld, dit is alleen mogelijk mits door een deskundige firma uitgevoerd en met een voor dit doel goedgekeurd materiaal.)

    zie   hiervoor het onderwerp "Spouwmuurisolatie".
     


    Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
    dd: 25-05-2017

     

     
    klik hier om naar boven te gaan


     

     

     extra informatie behorende bij:
    Isolatie normen:
    klik hier om naar boven te gaan

    Voor een globale bepaling (uit het verleden)

    bron:  NEN 1068 (1981) + advertentie 2L-2







     

     


     extra informatie behorende bij:
    Indeling in isolatiematerialen:
    klik hier om naar boven te gaan

    Zeegras op de Veluwe.

    bron:  artikel uit tijdschrift van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

    artikel
    artikel
    klik hier om naar boven te gaan