Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

Daken met dakpannen bedekking.


dakhellingen en dakbedekkingsmateriaal  tabel met toelaatbare dakhellingen.

Dakhellingen van 15….20º zijn voor de meeste dakpanmodellen toegestaan mits een dampdoorlatende waterkerende laag op de dakhuid wordt toegepast.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

dakpan soorten;nokafdekkingen met nokvorsten;
dakpan bevestiging;zelfventilerende nokconstructie met ondervorstband en/of ondervorst;
maatvoering;nokafdekkingen met lood;
dakfolie's;beëinding van een lessenaarsdak met chaperonpan;
principe aansluitdetails;hoekkepers;
ventilatie;aansluiting pannendak op bouwmuur;
  
verwijzingen naar externe sites van derden: 


 

Dakpansoorten:

oegstgeesterpan Lucas-Ijsbrandspan plat geribde van Helderpan Opnieuw Verbeterde Hollandse dakpan Romaanse dakpan vlakke Muldenpan Tuile du Nord kruispan
omschrijving dakpannen   nadere omschrijving dakpansoorten.

bovenstaande voorbeelden:
oegstgeesterpan,    Lucas-Ijsbrandspan,    plat geribde van Helderpan,    Opnieuw Verbeterde Hollandse dakpan,    Romaanse dakpan,    vlakke Muldenpan,    Tuile du Nord,    en kruispan.
klik hier om naar boven te gaan



 

Dakpan bevestiging:

De pannen worden aan panlatten opgehangen, welke op hun beurt weer zijn bevestigd op onderliggende sporen of op dakbeschot met tussenvoeging van tengels.
Tengels niet te dun maken i.v.m. vuilophoping, waardoor het doorslaand water welke door de panbedekking komt niet vrij weg kan lopen.

Wanneer de dakhelling te steil wordt dienen de pannen verankerd te worden met panhaken.
Voor betonpannen is dit nodig vanaf 60º en voor keramische pannen vanaf 55º, maar in windrijke gebieden moeten ze vanaf 45º worden toegepast.
Bij hellingen onder de 40° uitsluitend pannen met goede kop en zijsluitingen toepassen.
Zie verder hiervoor de voorschriften van de leveranciers.

Alle plaatsen waar we niet goed bij kunnen komen of waarbij we slecht uitkomen met de pannen afdekken met lood.
klik hier om naar boven te gaan



 

maatvoering:

Het verdient aanbeveling het dak in het "tekenkamer stadium" reeds af te stemmen op het maatsysteem van de toe te passen dakpannen.

Voor een goede afdichting van het dakschild is het van belang alleen hele pannen te gebruiken. M.u.v. betonpannen, waarbij ook halve pannen verkrijgbaar zijn

maatvoering dakhelling Aanpassing van het dakschild aan het maatsysteem of omgekeerd kan geschieden door:

  • keuze van type dakpan
  • helling van dakschild.
    Omdat de afstand tussen nok en goot over het algemeen niet groot is, is het raadzaam reeds bij het ontwerp rekening te houden met model en fabrikaat vsn de toe te passen dakpan.

bepaling maatvoering dakpan op de bouw
bepaling maatvoering dakpan op de bouw

Bij de afstemming van dakschild en maatsystemen kan men tot op zekere hoogte rekening houden met de tolerantie die in de dakpan sluiting aanwezig is. Bij grote dakschilden met daarop kleine dakpannen kan de som van de toleranties groter zijn dan de maat van 1 pan, zodat het maatsysteem niet meer dwingend is voor de afmetingen van het dakschild.

Indien een dakschild ingesloten ligt tussen opgaande muren (zoals bij de traditioneel gemetsetselde topgevels) dan is het gewenst bij het bepalen van de maat tussen deze muren zoveel mogelijk rekening te houden met de dekkende breedte van de pannen.
Bij toepassing van een verholen goot achter de topgevel heeft iets meer speling, doch men moet dan wel rekening houden met de extra gevoeligheid van vervuiling van een dergelijk detail.

Bij doorbrekingen in het dakschild t.b.v. gemetselde schoorstenen, dakkapellen, etc. dient men ook rekening gehouden te worden met het hier genoemde maatsysteem.

maatvoering
klik hier om naar boven te gaan



 

Dakfolie's:

Vanoudsher bestond het dakbeschot uit brede delen, de naden tussen deze delen werden afgedicht met tengels.
In de tweede helft van de vorige eeuw werden de dakbeschot delen smaller en de tengelafstand groter, waardoor er veel kieren en naden ontstonden.
Om deze naden af te dichten werd er asfaltpapier op het dakbeschot aangebracht. Omdat de ruimte onder het dakbeschot, dat toen nog zolder heette, intensiever werd gebruikt, ontstonden er condensproblemen vanwege het dampdichte karakter van het asfaltpapier.

In de zestiger jaren kwam er een een ventilerende folie (Ventifol) in de handel, waarbij kunststof stroken dakpangewijs op regelmatige punten aan elkaar waren verbonden en bedoeld voor toepassing direct op het dakbeschot (dragende ondergrond). Het idee van de strokenfolie is water en winddicht, terwijl er wel damptransport plaats kan vinden.

reclame ventifol (1978)   advertentie reclame ventifol (1978)

In de zeventiger jaren werd het traditionele dakbeschot van geschaafde en geploegde houten delen verdrongen door dakelementen.
Deze dakelementen zijn reeds voorzien van een waterkerende laag, derhalve is daar normaliter weinig emplooi voor folies.

Dat wordt anders als er dakdoorbrekingen als dakramen, dakkapellen, kilgoten, e.d. voorkomen. Hier moeten voor de zekerheid aanvullende waterkerende voorzieningen komen. Dat is ook het geval op traditioneel dakbeschot, bij flauwe dakhellingen (20-15°), en wanneer er struiknaden in een dakvlak voorkomen.

Thans zijn er sterke kunststof folies op de markt, die sterk dampremmend en dampopen micro geperforeerd en zonodig van sterke vezels (wapeningsnet) voorzien zijn.
klik hier om naar boven te gaan



 
details voor principe pan aansluitingen
(www.kingspanunidek.nl)

Principe aansluitdetails:


 

 

 
Voor doorverwijzing hiernaast staande principe aansluitdetails van Kingpspan Unidek zie verwijzingen naar externe sites van derden onderaan dit hoofdstuk.
 

klik hier om naar boven te gaan


 

Nokafdekkingen met nokvorsten:

De nokafdichting moet vanzelfsprekend een waterdichte en duurzame afdichting geven, terwijl er tevens ventilatie mogelijkheden moeten zijn.
De duurzame afdichting van de nok moet worden gerealiseerd door een juiste keuze van het materiaal en de bevestiging. De bevestiging van nokvorsten is weer afhankelijk van de geografische ligging van het dak. De begin- en eindvorsten moeten in ieder geval altijd worden vastgezet.
De vorsten tevens zo leggen dat de dekking van de regenkant is afgekeerd.
De bevestiging van de vorsten dient bij voorkeur enigszins flexibel te worden uitgevoerd, bijvoorbeeld m.b.v. koperdraad of met 'losvast'aangedraaide schroeven.
broekstuk  Gebakken vorsten bij rieten daken:
 (www.riet.com) zadelvorst ballonvorst halronde-vorst

De meest voorkomende nokvorsten zijn:

  • zadel- of omloopvorsten met het zelfde profiel als de dakpannen. (hebben een vaste hoek)

  • Bovenste panlat moet vrij nauwkurig worden geplaatst en de dakpannen moeten aan weerszijden van de nok recht tegenover elkaar liggen.
  • ballonvorsten, half cilindrisch en geprofileerd naar panmodel.

  • Ballonvorsten kunnen met specie worden aangesmeerd, doch dit is niet noodzakelijk.
    Voor een goede aansluiting moeten aan weerszijden van de nok recht tegenover elkaar liggen.
  • halfronde vorsten, met een halfcilindrische doorsnede, waarbij de opening tussen het panprofiel en de vorst moet worden dichtgezet.
    Halfronde vorsten kunnen worden toegepast op bovenpannen, ventilerende bovenpannen en op gewone dakpannen.
detailvoorbeelden DIM - januari 1984 detailvoorbeelden DIM - januari 1984

De halfronde vorsten worden/werden oorspronkelijk in schrale kalkspecie gelegd. (1 cement: 2 schelpkalk: 8-10 metselzand)
Er mag niet meer specie worden gebruikt dan nodig is om het bewegen van de vorsten te voorkomen. De specie moet zoveel mogelijk loodrecht op de pannen (dus naar binnen toe t.o.v. de vorst) worden aangesmeerd.

Een variant voor de bevestiging van nokvorsten etc. met kalkmortel is het kant-en-klare stormvaste elastisch dakmortel Flexim. bron: Flexim bron: Flexim

Voor doorverwijzing naar betreffende site zie verwijzingen naar externe sites van derden onderaan dit hoofdstuk.

De in vele bouwkundeboeken voorkomende detail van ruiter tot onderkant vorst en specie met panscherven geniet niet de voorkeur t.o.v. hierboven geschetst geventileerd nokdetail Hierbij dient tevens de kanttekening worden gezet, dat bij de huidige goed sluitende pannen en geisoleerde kappen de nok geventileerd dient te worden. Dit kan bij in de specie gezette nokken alleen d.m.v. ventilatiepannen.
klik hier om naar boven te gaan



 

Zelfventilerende nokconstructie met ondervorstband en/of ondervorst:

De droge zelfventilerende nokconstructie met ondervorst heeft een aantal grote voordelen t.o.v. de 'klassieke' constructies met specie.
De voornaamste zijn de flexibele afdichting, waardoor bij werking van de kap geen lekkage scheuren ontstaan en dat bij herstelwerkzaamheden e.e.a. demontabel is
Bovendien zijn er geen ventilatie pannen nodig.
ondervorstband    ondervorst    ondervorst
klik hier om naar boven te gaan


 
loodafdekkingen

Nokafdekkingen met lood:

Naast de afdekking van nok en hoekkepers met vorstpannen werden/worden nokken ook afgedekt met lood.

Dit lood moet voldoende zwaar zijn om het opwaaien te voorkomen.

Voor doorverwijzing naar de documentatie van de Stichting Bouwlood betreffende toepassing bladlood zie verwijzingen naar externe sites van derden onderaan dit hoofdstuk.

looddikte tabel
klik hier om naar boven te gaan



 

Beëinding van een lessenaarsdak met chaperonpan:

Aan de beëinding van een lessenaarsdak moet in principe dezelfde eisen worden gesteld als aan de hierboven genoemde nokken van een zadeldak.

chaperonpan
(aantekeningen hts 1978) Het meest toegepaste hulpstuk voor de afdichting is de chaperonpan.
(figuur:   aantekeningen hts 1978)
 

 

Deze chaperonpan kan ook worden gebruikt voor aansluitingen voor hellende op platte daken.

De halfronde vorst als variant van chaperonepan.
Het hieronder staande detail van de iets lastiger variant dan die van de chaperonpan spreekt voor zich.

variant met halfronde vorst
 

klik hier om naar boven te gaan



 

Hoekkepers:

Bouwfysisch gezien levert de hoekkeper weinig of geen problemen als de naden van de geisoleerde dakbeschotplaten goed afgedicht zijn, en er geen koudebruggen aanwezig zijn. Ook wat de waterdichtheid betreft zal een goed uitgevoerde hoekkeper geen problemen opleveren. (het water loopt van de hoekkeper 'weg')

Het begin en einde van hoekkepers vraagt wel extra aandacht omdat hier vooral de tand des tijds kan toeslaan.

De oudste hoekkeperafwerking is de afwerking met schubvorsten gelegd in de specie (uitvoering als bij de vorsten). Bij deze oplossing is een ruiter noodzakelijk, zodra de hellingshoek groter wordt dan 25°
Vermijd te kleine stukjes dakpan door toepassen (indien mogelijk) van halve pannen.
schubvorsten gelegd in de specie
(figuur DIM april 1985) opgehangen schubvorsten met hoekkeperstroken
(figuur DIM april 1985)  (figuur DIM april 1985)

Daarnaast is er (zoals besproken bij de nokvorsten) de flexibele afwerking met hoekkeperstroken in combinatie met opgehangen vorsten.

noklat bevestiging

ruiter:

Bij toepassing van hoekkeperstroken is voor de ophanging van de vorsten een ruiter noodzakelijk. De hoogte van deze ruiter moet in het werk worden bepaald.
Voor het bevestigen van noklatten (open ruiters) op de nokbalk en/of hoekkeperbalken en bij de overgang van een stijl naar een flauw hellend dak zijn diverse soorten ruitergripankers e.d. in de handel.
 

Bij droge hoekkeperstroken in combinatie met ondervorsten in de nok kunnen de elkaar ontmoetende vorsten in verstek worden gezaagd. Bij in de specie gelegde vorsten is een speciaal broekstuk vereist.
klik hier om naar boven te gaan



 

Aansluiting pannendak op bouwmuur:

Met de luchtgeluidisolatie tussen woningen met een pannendak gaat het nog al eens mis.
zie   zie voor de algemene informatie over geluid het betreffende onderdeel bij ontwerpproces

De uitvoering van dit detail valt grof ingedeeld in drie fases uiteen:

  • de woningscheidende wand, welke weer verder onderte verdelen is

  • in de massieve bouwmuur met massa groter dan 450 kg/m2 (bv beton) en de ankerloze spouwmuren (massa 2 x 200 kg/m2)
    De bovenkant van de bouwmuur dient vlak en strak afgewerkt te zijn en de maat tussen bouwmuur en panlat dient niet te groot te zijn.
    De aansluiting van woningscheidende wand, zoldervloer en goot dient nauwkurig te worden uitgevoerd. Omdat de woningscheidende wand hier op nul uitloopt ontstaan hier vaak geluidslekken.
  • dakplaten en dakpannen
    Dakbeschotelementen worden geleverd met een certificaat, maar dat zegt niets over de uitgevoerde praktijk
  • minerale wol barrierre

Een verbetering van de index kan alleen worden bereikt door toepassing van een extra luchtdicht uitgevoerd plafond.

luchtgeluidindex groter of gelijk aan -5 dB
klik hier om naar boven te gaan



 

Ventilatie:

Nokconstructies welke zijn dichtgezet/ aangesmeerd zijn niet ventilerend. Bij deze constructies moeten, bij de moderne geisoleerde kap en beter sluitende pannen, ter weerszijden van de nok, over de volle dakbreedte, ventilatiepannen worden toegepast.
Bij toepassing van zelfventilerende droge nokconstructies zoals hieronder beschreven kunnen ventilatiepannen achterwege blijven.

Ook bij de dakvoet moet, voor het behoud van de onderliggende constructie, een optimale ventilatie gewaarborgt worden tussen dakpan en dakbeschot.
Met onderstaande benaderingsformule voor standaard daken is de benodigde oppervlakte van de ventilatie opening uit te rekenen.
A inlaat = 40 x A dak
A inlaat = oppervlakte ventilatie opening aan de dakvoet in cm2/m1.
A dak = het te ventilaren dakoppervlak in m2/m1 breedte (daklengte x 1m).
Voor flauw hellende daken en extreem lange daken dient het ventilatie oppervlak te worden vergroot.

Voorbeeld: gegeven daklengte 5 m1.
Gevraagd: oppervlakte ventilatie opening (vrije tengelhoogte).
Oplossing: A inlaat = 40 x 5 = 200 cm2.
We verminderen de 200 cm2 per strekkende meter met de aanwezige ventilatie opening van de golf van de pannen (plusminus 100 cm2/m1- vogelschroot belemmering meegerekend).
Dit betekent dat voor de overblijvende 100 cm2/m1 een vrije tengelhoogte van 10 mm noodzakelijk is.
 


Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

 

 

klik hier om naar boven te gaan

verwijzingen naar externe sites van derden:

 
Zie index D voor       schuindakdetails Kingspan Unidek
Zie index D voor       Flexim de variant voor de bevestiging nokvorsten met kalkmortel
Zie index R voor       nokvorsten bij rieten daken (www.riet.com)
Zie index L voor       site Stichting Bouwlood