Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

Schilderwerk.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

verftypen;

buitenschilderwerk (hout);
binnenschilderwerk (hout);
beitsen, glaceren en vernissen;
het opnieuw schilderen van staal;
het schilderen van pleisterlagen, beton, etc.;

periodieke onderhoudsystemen;



 

Verftypen:


Beits en lak

Beitsen zijn over het algemeen niet filmvormend en bouwen nauwelijks laagdiktes op. Bij beits blijft de houtstructuur min of meer zichtbaar. Deze niet-filmvormende producten zijn ook relatief eenvoudig overschilderbaar. Een lak of verf is daarentegen wel filmvormend met een totale laagdikte van zo’n 100 mu en meer is in twee of meer bewerkingen eenvoudig haalbaar.

Transparant en dekkend

Het dekkend vermogen, afhankelijk van de pigmentering van het afwerkproduct, kan men onderscheiden in transparant, semi-transparant en dekkend. Een kleine hoeveelheid pigment laat de ondergrond doorschijnen (transparant), een hoge pigmentering dekt deze af (dekkend). Pigment speelt verder een vitale rol in de bescherming van het hout ook bij transparante afwerking. Houtsoorten met een lage UV gevoeligheid mag men (semi-) transparant en dekkend afwerken, andere (UV gevoeligere) alleen dekkend.

verfsoorten
klik hier om naar boven te gaan



 

Buitenschilderwerk (hout):

bron leidraad tekst:  Schilderwerken (interieurcursus LOI (1977))

Het voornaamste doel van het buitenschilderwerk is het beschermen van het gebruikte materiaal (hout, metaal, etc.) tegen invloeden van buiten.
Verf beschermt tegen chemische, mechanische en klimatologísche invloeden, terwijl hierbij het verfraaien op de tweede plaats komt. Dit betekent niet, dat men aan dit laatste geen aandacht behoeft te schenken, in tegendeel, maar de duurzaamheid van het werk mag in geen geval onder de verfraaiing lijden.

kleurkeuze schilderwerk

Verfraaiďng:
wat is kleur  "Wat is kleur" bij het onderdeel "Ontwerpelementen".

foto:   verfraaiďng ?  (Heerenveen 2014)
In de bouwaanvraag van dit blok, waar de toe te passen kleur verplicht moest worden opgegeven, stond waarschijnlijk maar een kleur. Nu zijn het er 9.
Ook bij het volgende bouwblok is dit het geval.

Het beschermen van geveltimmerwerk:
Voor buitenwerk moeten we echter nog enige aandacht besteden aan het volgende. Het is helaas geen uitzondering dat geveltimmerwerk reeds enkele jaren na oplevering houtrot vertoont.
Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor dit voortijdig verval.

zie  "Het beschermen" en "Schilderen van geveltimmerwerk" bij het onderdeel "Houten gevelbekleding".

Ook het gebruik van jong hout dat een vochtgehalte heeft van meer dan 20 pct. en nog veel groeisappen bevat, is een aanleiding tot allerlei onprettige verschijnselen. Een hoogvochtgehalte veroorzaakt niet alleen blaren of afbladderen van de verflagen, maar ook de ontwikkeling van schirmmels en zwammen die het hout doen rotten, ze1fs onder de afsluitende verf1agen.
Het is daarom noodzakelijk dit hout eerst te conserveren of te prepareren tegen de groei van deze plantaardige organismen.
Dit kan op vele manieren en met vele middellen plaatsvinden.

zie  "Verwering, aantasting en verduurzamen van hout" bij het onderdeel "Materialisering".

Het schilderen:
Bíj het schilderen van buitenwerk moet rekening worden gehouden met de weersgesteldheid
Bij regen, sterke wind, vorst en een zeer hoge vochtigheid mag buiten niet worden geschilderd. Derhalve is van oudsher, de periode tussen ongeveer half oktober en eind maart, de periode van de winterschilder.
Evenzo mag, i.v.m. de benodigde droogperiode, ook niet in de felle zon worden geschilderd.

De werkmethode voor schilderwerk nieuwbouwtimmerwerk is in twee groepen te verdelen, namelijk:
  -  het industrieel gedeelte van het systeem (dit is het deel dat fabrieksmatig plaatsvindt)
  -  en de schilderwerkzaamheden op de bouwplaats zelf na inbouw van het geveltimmerwerk.

    De werkzaamheden op de bouwplaats na inbouw bestaan uit:

  • beschadigingen volledig bijwerken en eventueel glas plaatsen;

    wat is kleur  voor glasplaatsen het onderwerp "Beglazen" bij het onderdeel "Buitenkozijnen".

  • luchtig schuren en zo nodig stoppen (van eventuele beschadigingen);
    Glad geschaafd hout moet men met grof schuurpapier eerst ruw schuren, om de hechting van de eerste grondverf te verbeteren.
  • gronden;
    Vochtig hout waarvan men van tevoren a1 kan zeggen, dat hierop de verflagen zullen gaan bladderen of blaren, moet men gronden met een vochtregulerende grondverf.
  • waar nodig schraal en spaarzaam plamuren;
    Op houtwerk of op onderdelen waar een sterk wisselend vochtgehalte is, of waarbij watertransport van binnen naar buiten plaatsvindt, is het beter niet te plamuren
  • schuren en het geheel voor-en aflakken.
Het is van belang met het opnieuw schilderen van oud, sterk verweerd buiten schilderwerk niet te wachten tot de verflaag totaal verweerd is en het kale hout begint te rotten. De nieuwe lagen zullen dan niet meer behoorlijk aan de oude hechten en men zal zijn toevlucht moeten nemen tot het verwijderen van de oude verf lagen, het eventueel vervangen van vergane delen door de timmerman, om het geheel dan hierna als nieuw timmerwerk opnieuw te moeten schilderen

De behandeling van oud schilderwerk is dus afhankelijk van de toestand waarin het zich bevindt.
Niet-gebladderd of -gebarsten verfwerk dat wel verkleurd of zogenaamd dood is, maar dat nog een goede verbinding met het onderliggende hout heeft, moet men allereerst flink afwassen (ontvetten) met ammoniakwater of gelijkwaardig product en daarna terdege schuren.

Plaatsen waar de verf eventueel heeft losgelaten, behandelt men nauwkeurig met stopmes en krabber teneinde al die losse materialen te verwijderen van het hout. Na reiniging op de hierboven genoemde manier worden alleen de kale plekken bijgegrond, gestopt en geplamuurd
De bijgeplamuurde plekken schuurt en grondt men nu voor de 2e maal te samen met de gedeelten die veel van de weersinvloeden te lijden hebben.
Na het drogen van de grondlagen kan men het geheel afschilderen.

Schildert men opnieuw in een sterk van de oude afwijkende kleur,dan zal men in veel gevallen de oude laag geheel moeten verwijderen.
Het verwijderen van de oude verflagen kan geschieden door droog afschrappen, door afbijten met een afbijtmiddel of door afbranden.
klik hier om naar boven te gaan



 

Binnenschilderwerk (hout):

bron leidraad tekst:  Schilderwerken (interieurcursus LOI (1977))

Het doel van binnenschilderwerk is meestal verfraaiing.

Verf geeft behalve schoonheid ook bescherming, verf zorgt niet alleen voor kleur, maar ook voor 'bekleding".
De muren van een woning of ander bouwwerk, - met daarin de kozijnen, deuren en ramen -, vormen de omsloten ruimte waarin mensen leven en werken, alsook de ruimte waar waterdamp vrij komt.

Die damp moet ergens blijven.
Een belangrijk deel trekt naar het koudste deel van de kamers:   de ramen.
Deze zullen beslaan als het buiten koud en binnen warm is. Maar ook het geveltimmerwerk (kozijnen -ramen enz.) doen mee.
Waterdamp dringt in het hout en trekt ook daar naar de koudste (buiten) zíjde. Naarmate de temperatuur daalt, wordt het punt waarop waterdamp gaat condenseren, dichter benaderd.
Zo kan het voorkomen dat aan de buitenzijde van het raamhoutwerk water in het hout te vinden is. Dat water zoekt weer een uitweg naar buiten, waar de lucht vrijwel altijd droger is dan de 100% relatieve vochtig heid die op dat moment in het hout heerst.
Het is waar dat de verflaag een remmende factor kan zijn bij dit vochttransport van bínnen naar buiten. Maar waterdanp is vasthoudend en weet ook door de kleinste openingen in het hout te dringen;   openstaande naden, foutieve houtconstructies, ongeverfde kopse kanten zijn uiteraard ideale toegangswegen voor deze waterdamp.
De bijdrage van de schilder bestaat uit binnen een zo dicht mogelijk verfsysteem aan te brengen, waardoor het aan vocht (waterdamp) onmogelijk wordt gemaakt door de verflaag heen te dringen.

Verfsystemen voor nieuwbouwtimmerwerk binnen:
Bron naaststaand artikel:   Doe het zelf blad (1977)

Vochtige ruimten, zoals keukens, badkamers en in het algemeen die ruimten met een hoge relatieve vochtigheid, dienen uitsluitend een hoogglans afwerking te krijgen.

Om hout te kunnen schilderen, ongeacht welke verfsysteem men daarvoor kiest, dient het steeds een voorbehandeling te ondergaan, die afhankelijk is van de aard en de kwaliteit van de te schilderen houtsoort.
In ieder geval moet hout, om geschilderd te kunnen worden, goed droog zíjn, want op hout met een hoger vochtgehalte dan 17% houdt een normale verflaag niet.

Harswellen of open harsgangen, vooral voorkomend in vuren en grenen, moet men door middel van een warm gemaakt ijzeren staafje uitbranden. Doet men dit niet, dan zal later de uitlopende hars, het schilderwerk onooglijk maken.

Kwasten of noesten moet men met een hol beiteltje een weinig beneden het houtoppervlak wegsteken.
Door het krimpen van het hout kunnen de kwasten namelijk op den duur boven het houtoppervlak uitkomen. De vette, harsachtige vloeistof rondom de noesten gaat dan geelachtige of doffe vlekken in het schilderwerk vertonen.

    Een verfsysteem voor voor nieuwbouwtimmerwerk binnen bestaat in grote trekken uit de volgende werkzaamheden:
  • het gronden;
  • het stoppen;
  • het plamuren;
  • het vlak slijpen van de plamuurlaag;
  • het voorlakken;
  • en het aflakken.
De werkzaamheden voor het opnieuw schilderen van reeds geschilderd hout kunnen zeer verschillend zíjn, omdat een en ander afhankelijk is van de toestand en de ouderdom van het oude schilderwerk, de wíjze van onderhoud en de kwaliteit van het hout.
De werkmethode zal men aan deze factoren moeten aanpassen.
    De bewerking op een oude intact zijnde verflaag met enkele gebreken kan als volgt zíjn:
  • het geheel afwassen met ammoniakwater en slijpen;  (zonodig bijwerken door schrappen en schuren)
  • kaal gekomen hout gronden en waarnodig stoppen met stoppasta;
  • bij- of vlakplamuren, plamuur schuren of slijpen;
  • het geheel voorlakken;
  • en slijpen en aflakken.
Niet intact zijnde verflagen dienen verwijderd te worden door afbijt. Hierna nawassen met vetoplossende middelen en daarna weer schilderen, zoals bij nieuwbouwtimmerwerk beschreven.
klik hier om naar boven te gaan


 

Beitsen, glaceren en vernissen:


Beitsen en glaceren:

Onder beitsen verstaat men het opbrengen van een vloeistof die tot zekere diepte in het hout dringt en tegelijkertijd het hout kleurt.
Er zijn diverse soorten beitsen, waaronder bijvoorbeeld de was- en waterbeitsen, de chemische beitsen, de terpetijn en spiritusbeitsen, de nitro en naftabeitsen en de oliebeitsen, afhankelijk van het doel waarvoor ze gebruikt worden. Voor eiken een chemische beits gebruiken, daar looizuur de beits anders aantast.

Beitsen moeten we beschermen met een was- of vernislaag, anders verdwijnt de kleur.

Glaceren:

Glaceren is het opbrengen van een dunne verflaag

Vernissen:

Elke op te brengen vernislaag zal doorschijnend of tranparant moeten zijn.

Aanwezige hars- en vetstoffen in hout moet men neutraliseren door het hout af te wassen met thinner.
Eventuele poriën vullen met een poriënvuller of volschuren met een vernis.
Na het vullen van de poriën alles weer luchtig schuren en voorvernissen met een verdunde slijpvernis.
Na droging weer schuren en een tweede laag aanbrengen. Deze laatste laag is afhankelijk van de aard van het werk;    een binnen- of buitenvernis;    een waterbestendige vernis;    een mat of zijdeglansvernis;    etc.

Beukenhout is een slechte houtsoort om te vernissen.

Kalkhoudende teak moet men om verzeping te voorkomen voorstrijken met een dunne laag olievrije cellulosevernis.

Fineer(platen) moet men voor het vernissen eerst bevochtigen en na droging weer gladschuren.
klik hier om naar boven te gaan



 

Het opnieuw schilderen van staal:

bron leidraad tekst:  Schilderwerken (interieurcursus LOI (1977))

Oud schilderwerk moet men tijdig vernieuwen, want een beschadigde verflaag op ijzer of staal is fataler dan op hout.
Een eerste voorwaarde is het grondig verwijderen van roest, vuil en vet.

Vet en vuil kunnen we verwijderen door afwassen met ammoniakwater o.g.
Roestplekjes en -korsten verwijderen we door afbranden, slijpen, schuren of op een van de bij het onderdeel "Materialisering (materialen ijzer en staal)" genoemde manieren.
De onder de oude verflagen aanwezige roestvorming is meestal te onderkennen aan bruine vlekken, maar ook niet-gekleurde verhoginger zal men grondig moeten onderzoeken (onderroest).
Oude verflagen, die goed vastzitten en waar geen onderroest is opgetreden, kunnen we het best laten zitten, maar deze moeten wel mat geschuurd worden om een goede hechting met de nieuwe verflaag te verzekeren.

zie   het onderwerp "Corrosiebescherming staal" bij het onderdeel "Materialen - metalen".

Nadat de roest grondig is verwijderd, behandelt men de blanke metaaldelen met "Rustproofer" of een ander fosfateermiddel. Daarna schildert men deze plekken met één van de in de handel zijnde roestwerende verfprodukten.
Voor het aanbrengen van de tweede laag moet men alles tevoren met schuurpapier afschuren, waarbij men moet oppassen dat geen kale randen te voorschijn komen. De verdere behandeling is gelijk aan die van nieuw schilderwerk.
klik hier om naar boven te gaan



 

Het schilderen van pleisterlagen, beton, etc.:

Nieuwe betonvlakken moeten bij gebruik van een bekistingolie eerst worden ontvet met een betonontvetttingsmiddel.

Ondergrond goed schoonborstelen.
Scheuren V-vormig uitkrabben, bevochtigen en vullen met filler.
Oude reparatieplekken die door de verf naar voren komen enige dagen tevoren met water bevattende muurverf voorstrijken.

De ondergrond moet goed droog zijn, anders verzeping door de in de muur aanwezige alkaliën.

cement (aanwezig in beton, pleisterlagen, hwc-platen, etc.) is sterk alkalisch
schuurspecie en gipspleisters zijn minder alkalisch en gips is niet alkalisch.

Bij een alkalische ondergrond kan een jaar wachten geen kwaad. Is de ondergrond minder alkalisch dan is een maand of twee meestal voldoende.

Muurverfsoorten:

Kalkverf:    Werd vroeger vooral gebruikt na het stookseizoen om de de muren en plafonds weer wit te krijgen.
Lijmverf:    Een veegvaste verf welkena droging weer is op te lossen met water.
PVA en PVAC muurverf:    Een muurverf dat bestand is tegen alkaliën.
Chloorrubberverferf:    (vooral voor op beton).
Alkydhars muurverf:    Kan alleen op droge muren worden gebruikt.

Het schilderen
van reeds geschilderde muren e.d.:

Aantekeningen cursus 1977:

Er is een veel veranderd sinds die tijd, zeker op schildergebied.
 

 

 

 

 

aantekeningen 1977


klik hier om naar boven te gaan



 

Periodieke onderhoudsystemen:

Deze periodeschema's zijn, dat spreekt vanzelf, voor elk object niet even lang. De aard van het object, de ligging en de atmosferische omstandigheden kunnen deze tussenpozen enigszins verlengen of verkorten.
Deze schema’s berusten op het uitspreiden van de kosten van normaal schilderwerk over een bepaald aantal jaren, waarbij tevens een goed onderhoudssystemen voor buitenschilderwerk is gewaarborgd.

Aanbevolen onderhoudsschema:

Lichte kleuren Donkere kleuren  
Onderhoud
klasse I = gunstig
klasse II = normaal 1)
Onderhoud
klasse II = normaal 1)
klasse III = ongunstig
Transparant
geen blanke lak 3)
Jaar Dekkend basissysteem + afwerking 2) Inspectieve controle Dekkend basissysteem + afwerking 2) Inspectieve controle Dekkend basissysteem + afwerking 3) Inspectieve controle
1   C*C
2 C*C**C
3*  C*C
4 C**C**C
5   C*C
6**C*C**C
7   C*C
8 C**C**C
9*  C*C
10 C*C**C
11   C*C
12**C**C**C
13   C*C
14 C*C**C
* Beschadigingen + liggende delen bijwerken
** Bijwerken + geheel nieuwe deklaag aanbrengen
C Controle/inspectie

1) Klasse II = afhankelijk van de gevelbelasting in te delen bij het onderhoudsschema ‘lichte kleuren’ of ‘donkere kleuren’.
2) Dekkende verfsystemen kunnenworden toegepast op naaldhout en loofhout
3) Transparant verfsystemen mogen niet op alle houtsoorten worden toegepast (zie KVT’95, katern 31)
SGT Onderhoudsadvies geveltimmerwerk met SGT-garantie

Onderhoud deuren

Lichte kleuren Donkere kleuren Blank en transparant
Jaar Dekkend mat 1) Dekkend glanzend 2) Dekkend mat 1) Dekkend glanzend 2)  
1     
2* *****
3 *   
4** ******
5 **   
6* *****
7     
8*********
9     
10********
11     
12** ******
13 *   
14* *****
* * Inspecteren op gebreken en bijwerken
** Bijwerken en geheel nieuwe laag aanbrengen

1) Laag- tot halfglanzende dekkende afwerking zonder plamuren
2) Hoogglanzende dekkende afwerking met schraal plamuren
BRON GND

 

Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 24-02-2017

 

 
klik hier om naar boven te gaan