Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

Inmetingen, etc.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

landmeetkundige werkzaamheden algemeen;
rooilijnen, erfgrens en peil;
kadaster plattegrond;
bouwkundige inmeting algemeen;

zie   voor het het uitzetten van een gebouw het onderwerp 'Grondwerken / bouwput' van het onderdeel "bouwfase - bouwplaats".



 

Landmeetkundige werkzaamheden algemeen:

De landmeetkundige werkzaamheden van de bouwkundige tekenaar beperken zich meestal tot:
  • de inmetingen voor de vervaardiging van een plattegrond van een bestaand te renoveren, te restaureren of uit te breiden gebouw en de inmetingen voor het maken van de situatietekening van het terrein waarop gebouwd gaat worden.
    Deze inmetingen behoren een getrouwe afbeelding van het gebouw of terrein te zijn, met aanduidingen van de aard en de plaats van allerlei voorwerpen, die voor het beoogde doel belangrijk zijn.

    Denk hierbij ook aan de eventuele aanlegvoorwaarden / kaders voor de inpassing van het door de aannemer te maken terreinplan.
    zie  "Terreinplan" bij het onderdeel "Bouwfase bouwplaats".

  • het begeleiden van het op het terrein uitzetten van de op tekening gemaakte ontwerpen.
zie extra   Dit soort landmeetkundige veldwerken doet de bouwkundige tekenaar dus niet.

Invloed van fouten in de metingen:
fouten in de metingen Wanneer men een meting van een hoek of lengte herhaalt leert de ervaring dat de resultaten onderling zullen verschillen. Neemt men telkens het gemiddelde van de resultaten van alle metingen, dan zal blijken, dat met toename van het aantal waarnemingen (volgens het principe van een Gausskromme) elke volgende nieuwe waarneming hoe langer hoe minder aan de getalwaarde van dit gemiddelde verandert.

In de landmeetkunde is nauwkeurigheid derhalve een betrekkelijk begrip.
In de meetkunde is de som van drie hoeken altijd 180°. In de landmeetkunde is dit ongeveer 180°.
 

klik hier om naar boven te gaan



 

Rooilijnen, erfgrens en peil:


Rooilijnen:

De precieze plaats van een nieuw te maken bouwwerk is aangegeven in het Bestemmingsplan van de gemeente.
In het bestemmingsplan zijn ook de rooilijnen aangegeven, waartussen het gebouw precies moet komen.

De voorgevelrooilijn zorgt er voor dat in principe alle voorgevels in een straat gelijk lopen, deze wordt meestal van af het midden van de straat gemeten.
(in principe wil zeggen dat niet voorbij de rooilijn gebouwd mag worden. Het woord voorgevel is namelijk juridisch een beperkt begrip. Zo kan een erker een uitbouw zijn aan de voorgevel van meer dan een meter. In dat geval is de erker de voorgevel.)

In bepaalde gevallen kan ook men de rooilijnen voor de zijgevels en de achtergevel aangeven.
De rooilijnen worden uitgezet door de Dienst Bouw en Woningtoezicht van de gemeente.

Erfgrens:

De Erfgrens - terreingrens of erfscheiding is de juridische grens van een perceel waarop je wil bouwen.
In hoeverre je tot op de grens kan en mag bouwen is afhankelijk van vele factoren;   waarvan het Burenrecht er één is.
Let op!  door verjaringen kunnen er beperkingen zijn die juridisch niet zijn vastgelegd.

zie  het onderwerp "Burenrecht" bij het onderdeel "Ontwerpelementen - exterieur divers".

Peil:

In de bouwkunde wordt de hoogte van punten meestal aangegeven t.o.v. de vloer van de begane grond, die dan op peil (P) ligt.
Deze vloer ligt meetal ± 200 a 300 mm. boven de kruin ( hoogste punt ) van de straat. Indien nog geen straat aanwezig en hetreft het openbaar terrein dan wordt deze hoogte meestal aangegeven door de gemeente.

zie  Waar moeten we op letten bij bouwkundig tekenen bij het onderdeel "Bouwkundig tekenen (algemeen)".
Dit bouwkundige peil wordt thans bij heiwerken meestal gekoppeld aan het N.A.P. omdat de daarbij behorende sonderingen hier ook mee werken. De bouwkundige doet er echter niets mee.

In de waterbouwkunde heeft men reed eeuwen geleden vergelijkingsvlakken voor de hoogte ingevoerd, die voor een groter gebied dienst deden. Zodra op enigszins systematische wijze dijken werden aangelegd, stelde men de hoogte van de kruinen daarvan boven de hoogst bekende rivierstanden of stormvloeden vast. Zo ontstonden talrijke plaatselijke peilen, waarvan het Amsterdams Peil (A.P.) het meest verspreid werd en dat door de aanleg van spoorwegen omstreeks 1860 zelfs tot ver buiten de grenzen werd overgebracht.
Toen men in de tweede helft van de 19e eeuw ging twijfelen aan de juistheid van de hoogte van vele oude A.P.-peilmerken, werden plannen beraamd om deze opnieuw te bepalen. Zo ontstond de eerste Nederlanse nauwkeurigheidswaterpassing, die van 1875 tot 1885 werd uitgevoerd en waarin zoveel mogelijk oude merken werden opgenomen. Om verwarring met de andere niet opnieuw gewaterpaste A.P.-peilmerken te voorkomen, gaf men aan het vergelijkingsvlak een andere naam, nl. N.A.P. hetgeen "Normaal Amsterdams peil" betekend.

zie  Het Amsterdams Peil is niet echt Normaal (artikel Delta nr. 4 uit 1995) bij het onderwerp "Cartografie"
van het onderdeel "bouwkunst(geschiedenis), etc. - algemeen".


Waterstand van de Lek (februari 2015) in de uiterwaarden van Culemborg (foto:   richting dijk).
 
Waterstand februari 2021 in de uiterwaarden (foto:   richting Lek).
Zoals op de foto te zien is het waterpeil onder het ijs al aan het zakken.
klik hier om naar boven te gaan


 

Kadaster plattegrond:

Kadastertekeningen, bestaande uit een kadaster plattegrond met omgevingskaart, geven globaal de grenzen weer van het kadastraal perceel. Ook staan er de hoofdgebouwen op (uitzonderingen daargelaten) aangegeven. Je kunt de kadaster tekeningen gebruiken al situatietekening bij een bouwaanvraag, etc.
Deze kadastertekeningen zijn op de site van www.kadasterservice.nl op te vragen.

Let echter wel op:
Door verjaring kunnen situaties zijn ontstaan die niet op deze tekeningen zijn verwerkt. Dit komt vaker voor dan je denkt.
Het televisieprogramma "De Rijdende Rechter" maakt hier dankbaar gebruik van.

Bij grotere percelen zul je echter weinig aan dit soort tekeningen hebben en zal je zelf ook het een en ander moeten inmeten.
klik hier om naar boven te gaan



 

Bouwkundige inmeting algemeen:

fouten in de metingen In naaststaand figuur zijn de gebouwen A t/m E geschetst. Om een inmetingstekening van deze gebouwen te maken zou men kunnen beginnen met A op te meten, dan door middel van de met streeplijnen aangeduide verlengden en afstanden enz, de situatie van B t.o.v. A vastleggen en de vorm van B bepalen, vervolgens C aan B vastleggen, enz. Wanneer E aan D1 vastgelegd is, is men klaar en kan de tekening op de gewenste schaal getekend worden.
Als men op de gemaakte tekening de afstand PQ meet en ter controle de afstand in het terrein ook meet dan zal vrijwel zeker blijken dat de onderlinge overeenstemming zeer slecht is. Bij de opmeting van de gebouwen en hun onderlinge verbinding hebben de gedane metingen een zekere onnauwkeurigheid die op zichzelf gering is en wellicht verwaarloosbaar. Maar de opeenstapeling ervan leidt tot een onaanvaardbare discrepantie.
 

Kleine ruimten, zowel in- als uitpandig kan men, uitgaande van een driehoek die door de lengte van de drie zijden is bepaald, door lengtemeting eenvoudig inmeten.
Een meetlijnenvierhoek is pas bepaald indien hij wordt gesplitst in twee driehoeken door ook een diagonaal te meten. Het meten van de tweede diagonaal geeft controle op de eerste meting.

Let op!
Doe dit altijd vooral bij inpandige metingen, waar vaak e.e.a. door betimmeringen uit het oog is onttrokken. Meet vervolgens ook de plaats van eventuele buitenramen in, en doe dit ter controle ook aan de buitenzijde. Dit voorkomt, i.v.m de genoemde betimmeringen, ongewenste verrassingen.
Denk niet:   dit is een rechthoekige ruimte, want dit is vooral in oude vooroorlogse gebouwen zelden het geval.
Variaties hierop zijn natuurlijk altijd mogelijk. inmetingen
 

Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 02-04-2018   (Rooilijnen, erfgrens en peil 28-06-2021)

 

 
klik hier om naar boven te gaan


 

 

 extra informatie behorende bij:
Landmeetkundige werkzaamheden algemeen:
klik hier om naar boven te gaan

HTS practicum 1978
HTS practicum 1978