Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:Stadsparken, etc.Voor de volgende onderwerpen ga naar:algemeen;
heemparken; Louis Le Roy; |
|
Algemeen:
De 'groene longen' van de stad oftewel de openbaar toegankelijke parken binnen de bebouwing van een stad zijn aangelegd om d.m.v. fysieke activiteiten en evenementen ter ontspanning ruimte te bieden voor sociale en culturele interactie tussen de bewoners onderling.Deze parken dragen hierdoor bij aan de gewenste leefbaarheid.
Mede door de industriële revolutie in de 19de eeuw, waardoor de bevolkingsdichtheid en de daarbij behorende bewoning in veel steden als gevolg hiervan negatief veranderde, besloten als reactie hierop hun gemeentebesturen tot de aanleg van stadsparken in (gemengde) landschapsstijl met vermaakselementen als volières en muziektenten.
Deze reactie hierop kwam mede tot stand door de intensivering van de agrarische cultuur rondom bewoond gebied waardoor de natuurlijke rijkdom afnam, maar waardoor tevens de waardering en de belangstelling hiervoor juist weer toenam. Zie hiervoor bij het subonderwerp heemparken het artikel uit het tijdschrift van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2015-3: Thijsse's hof wordt rijksmonument.
Daar waar dit niet zo was moest men genoegen nemen met kleinschalig groen en rechte wandelpaden.
Maar veel van deze na sloop van de stadsmuren vrijgekomen gronden werden, als ze het nog niet waren, particulier bezit en daardoor geen openbaar groen. Zoals hier in Culemborg, waar men in 1818 in de Papenhoek was begonnen met de stichting van een klein seminarie.
Het gebouwtje (de Acht Zaligheden) in de huidige situatie links op naaststaande foto kwam er dan ook niet voor niets.
het subonderwerp "Openbare toiletruimten (prive)" behorende bij het onderdeel "keukens/sanitair - sanitair".
|
|
In 1946 begon men daarnaast met het oprichten van een instituut voor schriftelijk onderwijs en kwamen er ook studieweekenden op locatie, waarvoor in de tuin barakken werden geplaatst werden voor slaapgelegenheid.
Het instituut genoot een zeer goede reputatie en groeide uit tot een groot bedrijf met zo’n 200 docenten en 25.000 cursisten per jaar.
In de jaren 60 verminderde, mede door de invoering van de Mammoetwet, de invloed van de opleiding en in 1971 fuseerde ze met het PBNA uit Arnhem.
Nadat het Culemborgse stadskantoor, na een grondige verbouwing met een moderne uitstraling. zich hier vestigde werd de tuin uiteindelijk openbaar.
Na de 2e wereldoorlog kwamen er buiten de toenmalige stedelijke bebouwing steeds meer speciale industrieterreinen en werden de midden in de
stad gelegen oude bedrijfsterreinen afhankelijk van de ligging soms omgevormd tot stadspark.
Deze parken werden meestal niet meer voor uitsluitend wandelen aangelegd, vaak kwamen er voorzieningen voor sport en spel bij.
Voorbeelden uit een ver verleden: het Rondeel:Maar ver voor de hierboven genoemde aanleg van deze stadsparken verpoosden de toenmalige elite zich al in stadsbossen en tuinen in en om de stad, waar de normale burger niet mocht komen of uit zich zelf vanwege de ligging nooit kwam.Zoals het Rondeel in Culemborg dat rond 1640, door graaf Philips Theodoor van Waldeck Pyrmont die na de dood van Floris II van Pallandt het graafschap hier had geërfd, als wandelbos is aangelegd. |
|
|
Bron: Onze eigen tuin (herfst 2013)
Het middeleeuwse rondeel was een eenvoudige aarden wal die diende als militaire verdediging.
Later kwam de naam ook in zwang voor de halfronde lage stenen torens welke in een stadsmuur of vestingwal werden aangebracht en die meestal even
hoog waren als de omliggende verdedigingslinie.
Gekoppeld hieraan werden kilometerslange, brede stroken land ontdaan van elke begroeiing.
Zodat tot aan de horizon bewegingen van mens en dier konden worden waargenomen en deze kale stroken dienden dus om ongewenste indringers eerder te
kunnen waarnemen en overstekend wild te kunnen afschieten.
Deze kale stroken waren dus de voorlopers van de hieronder genoemde zichtassen. |
|
Het Culemborgse Rondeel, bestaande uit een vierkante ruimte die wordt omgeven door lanen waarbinnen zich een lanenkruis met op het kruispunt van de lanen een cirkelvormig bosje bevindt, is in zijn oorspronkelijke vorm altijd bewaard gebleven en heeft tot op vandaag zijn functie van wandelbos behouden. De lanen waren vroeger echter beplant met iepen en op de tussenliggende percelen stonden hoogstam fruitbomen. Terwijl thans langs de lanen nu met name populieren en essen staan en de tussenliggende percelen weilanden zijn geworden
Het perceel waarop het huis had gestaan, kwam in 1860 in handen van het rooms-katholieke kleinseminarie uit de Papenhoek die er een nieuwe villa
op liet bouwen, welke diende als recreatieverblijf voor de studenten, om aldaar cricket te spelen, te beugelen of te kegelen.
Deze functie van dit buitenverblijf verdween toen het kleinseminarie in 1935 naar Apeldoorn verhuisde. |
|
De Plantage:Zo ook bij de 'Plantagie' uit 1779 gelegen naast het kroondomein de Volencampen waar de veulens en paarden van de kasteelheren van Culemborg graasden. Midden 19e eeuw was deze namelijk toe aan modernisering.
voor het aanzicht op het oude centrum vanuit de plantage via de Volencampen
het subonderwerp "Kerktorens" behorende bij het onderwerp "Traditionele torens" van het onderdeel "functionele vormgeving - typologieën". De toen nog jonge tuinarchitect, en latere vormgever van het Amsterdamse Vondelpark, Louis Paul Zocher (1820-1915) kreeg in 1850 de opdracht om een nieuw park te ontwerpen. Hetgeen in de Engelse Landschapsstijl geschiedde. |
|
|
De wandelaar van nu op de kronkelende paden met de verrassende doorkijkjes welke nog altijd hetzelfde zijn, ook al ligt er nu een laagje
asfalt overheen, ziet van dit ontwerp nog steeds veel terug:
de aanblik van de idyllische vijver met het bruggetje is namelijk ongewijzigd, maar het daarop uitkijken via het stenen bankje is van latere tijd.
Deze bank van zwerfstenen afkomstig van de Drentsche heide, met een natuurstenen gedenksteen, is namelijk ter herinnering aan de Culemborgse staatsman H.C. Dresselhuijs (1870-1926) in 1930 gemaakt en onthult en hier wordt nog steeds dankbaar gebruik van gemaakt. |
Maar ook veel van de bomen uit 1850 staan er nog steeds, hoewel het einde daarvan na enige stormen wel nadert.
Heemparken:
Na de hier genoemde verdichting van de steden kwamen er aan de toenmalige buitenranden heemparken, die soms al weer verdwenen zijn maar soms ook nog steeds bestaan.Een heemtuin, heembos of heempark is een kunstmatig, veelal omheind landschapselement, bedoeld om het inheemse, wilde flora en fauna te laten zien.
Louis Le Roy:
Laat groeien wat groeit en beperk het menselijk ingrijpen tot de allernoodzakelijkste handelingen - de natuur ordent immers zichzelf.bron intervieuw met L.G. Le Roy: Plan 7 1971
Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 11-05-2026
het subonderwerp "Openbare toiletruimten (prive)" behorende bij het onderdeel "keukens/sanitair - sanitair".
Het perceel waarop het huis had gestaan, kwam in 1860 in handen van het rooms-katholieke kleinseminarie uit de Papenhoek die er een nieuwe villa
op liet bouwen, welke diende als recreatieverblijf voor de studenten, om aldaar cricket te spelen, te beugelen of te kegelen.
